Bovendien bepaalt de cao van 29 april 2025 dat betaalde sportbeoefenaars recht hebben op een gegarandeerd gemiddeld minimuminkomen (op jaarbasis) van € 26.030,08 bruto (bedrag op 1 juli 2025). Dat bedrag geldt voor werknemers die voltijds werken. Voor werknemers die deeltijds werken, mag het bedrag niet lager zijn dan de helft, d.w.z. € 13.015,04 (ongeacht de omvang van de wekelijkse arbeidstijd).
Zodra een sportbeoefenaar onder het toepassingsgebied van de wet van 24 februari 1978 en de cao 223 valt, volstaat het dus niet langer om hem of haar een jaarsalaris uit te betalen dat gelijk is aan het maximum van € 11.040. Dit moet absoluut worden aangepast naar het gewaarborgde minimum van € 26.030,08 per jaar (voor voltijds werk) en € 13.015,04 (voor deeltijds werk).
Deze looneis leidt ertoe dat sommige werkgevers, vooral amateurvoetbalclubs, proberen om de wet te omzeilen. Ze trachten daarbij te voorkomen dat ze de lonen van hun sportbeoefenaars, die aan het huidige minimum in de sector worden betaald, moeten optrekken.