Afwijkingsbedingen met betrekking tot het einde van de overeenkomst
De regels met betrekking tot het einde van de arbeidsovereenkomst en de opzegvergoeding zijn dwingend. Elke andersluidende bepaling is immers van rechtswege nietig voor zover ze tot gevolg heeft dat de rechten van betaalde sportbeoefenaars worden beperkt of hun verplichtingen worden verzwaard.
Concurrentiebeding
Het is verboden om een concurrentiebeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars. Het is onmogelijk om een sportbeoefenaar te verbieden bij een andere club te tekenen na afloop van zijn of haar arbeidsovereenkomst. Indien een dergelijk beding in de overeenkomst is opgenomen, wordt het als nietig beschouwd en kunnen de partijen zich er niet op beroepen.
De wet bepaalt echter dat wanneer de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij door de sportbeoefenaar zonder gewichtige reden, hetzij door de werkgever met gewichtige reden, de sportbeoefenaar niet mag deelnemen aan een betaalde sportcompetitie in dezelfde serie, categorie, sectie, divisie en in dezelfde sport tijdens het lopende sportseizoen. Die regel zorgt ervoor dat de competitie eerlijk verloopt.
Arbitragebeding
Werkgevers en betaalde sportbeoefenaars kunnen niet van tevoren plannen om geschillen die uit hun overeenkomsten voortvloeien aan arbiters voor te leggen om die geschillen te beslechten via een arbitrageprocedure in plaats van de gewone rechtbank.
Optiebeding
Het optiebeding is een beding dat de werkgever toestaat om een overeenkomst voor een bepaalde tijd te verlengen met een nieuwe bepaalde tijd. Tot oktober 2022 was dit beding omstreden, maar het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat het geldig is omdat het geen recht voor de werkgever vormt om de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen.