Wat betaalde voetballers betreft, is een uitlening van spelers tussen Belgische clubs mogelijk en wordt die praktijk niet gekwalificeerd als terbeschikkingstelling als de uitlening aan de volgende voorwaarden voldoet:
- De uitlenende club en de speler sluiten een geschreven addendum waarin het tussen hen bestaande arbeidscontract wordt opgeschort. Dat addendum moet uiterlijk op het moment waarop de opschorting van de overeenkomst begint te lopen door beide partijen worden ondertekend. Het addendum moet de volgende informatie bevatten:
- De duur van de opschorting
- In voorkomend geval de omstandigheden waarin de club en de speler voortijdig een einde kunnen maken aan de opschorting van de arbeidsovereenkomst en de modaliteiten die van toepassing zijn op die voortijdige beëindiging
- De uitdrukkelijke vermelding dat het gaat om een tijdelijke opschorting van de arbeidsovereenkomst
- De uitdrukkelijke vermelding dat de wederzijdse verplichtingen en rechten die voortvloeien uit de toepasselijke wettelijke en contractuele bepalingen, met inbegrip van de rechten en de verplichtingen die in de arbeidsovereenkomst zijn voorzien, integraal worden opgeschort tijdens de volledige duur van de opschortingsperiode
- De lenende club en de speler moeten een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd sluiten en die vóór aanvang ondertekenen. In die overeenkomst moet uitdrukkelijk worden vermeld dat het om een arbeidsovereenkomst gaat die is gesloten in het kader van een nationale uitlening. Er moet binnen 7 werkdagen na de opschorting van de arbeidsovereenkomst een overeenkomst worden bereikt tussen de speler en de uitlenende club. Anders is de opschorting van rechtswege nietig.
- De uitlenende club mag op geen enkele manier een werkgeversgezag over de speler uitoefenen tijdens de opschorting van de arbeidsovereenkomst. Het werkgeversgezag wordt uitsluitend uitgeoefend door de lenende club op basis van de arbeidsovereenkomst die met de speler is gesloten.
Financiële compensatie voor de speler
De uitlenende club moet de speler een extra premie betalen die berekend wordt als het verschil tussen 75% van de totale bruto maandlonen (exclusief werkgeversbijdragen) die de speler zou hebben ontvangen bij de uitlenende club en de totale bruto maandlonen die de speler zal ontvangen bij de lenende club.
De cao legt de minimumverplichtingen van de uitlenende club vast, maar niets belet de club om verder te gaan.
Voorbeeld
De totale bruto maandelijkse bezoldiging van een speler aan de uitlenende club bedraagt € 10.000. Tijdens zijn uitlening ontvangt hij een bruto maandelijkse bezoldiging van € 6.000 van de lenende club.
Berekening
- 75% van de bezoldiging aan de uitlenende club: € 7.500
- Verschil met de bezoldiging aan de lenende club: € 7.500 - € 6.000 = € 1.500
De uitlenende club moet een extra premie van € 1.500 per maand aan de speler betalen voor de duur van de lening om ervoor te zorgen dat de speler geen te groot inkomensverlies lijdt tijdens een tijdelijke uitlening.
Verlenging van de uitlening
De uitlening mag worden verlengd bij overeenkomst tussen de uitlenende club en de speler, waarbij aan alle voorwaarden van Hoofdstuk XI van de cao wordt voldaan, inclusief de verplichting om de vakbonden te informeren.
Informatieverplichting ten opzichte van de vakbonden
Aan het begin van de tijdelijke uitlening moet de uitlenende club de respectieve vakbonden schriftelijk op de hoogte stellen van het bestaan van de uitlening en van de duur ervan en hen daarbij een kopie bezorgen van het akkoord voor de opschorting en de nieuwe arbeidsovereenkomst.
Die kennisgeving mag per e-mail worden gedaan.
In het geval van een overtreding van de uitleenbepalingen kunnen de vakbonden de betrokken clubs of het licentie-auditoraat van de KBVB, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten, daarvan op de hoogte stellen.