Clubs in de eerste nationale divisie van de competitie die door de KBVB wordt georganiseerd, moeten elk kwartaal werkgeversbijdragen betalen aan de collectieve verzekering voor al hun voetbalspelers die een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars hebben.
De verplichting geldt niet voor clubs in de lagere divisies. Die clubs kunnen er echter voor kiezen om op vrijwillige basis een groepsverzekering te voorzien. In dat geval, gebaseerd op het principe van gelijke behandeling, moeten alle betaalde sportbeoefenaars van de club daarbij zijn aangesloten.
Sociale behandeling van groepsverzekeringsbijdragen
De werkgeversbijdragen die voor de groepsverzekering van betaalde voetballers worden betaald, zijn niet onderworpen aan de gewone RSZ-bijdragen. Dat is een aanzienlijk fiscaal en socialezekerheidsvoordeel, aangezien die bedragen niet worden beschouwd als gewone bezoldiging die onderworpen is aan gewone sociale bijdragen.
Voor die werkgeversbijdragen geldt wel een speciale solidariteitsbijdrage van 8,86%. Die speciale bijdrage is van toepassing op alle betalingen die de werkgever doet om een extralegale pensioenuitkering voor zijn werknemers te financieren.
Afschaffing van de belastingvrijstelling vanaf oktober 2021
Oud stelsel (vóór 20 oktober 2021)
Betaalde sportbeoefenaars genoten van een belangrijke uitzondering: ze konden hun aanvullend pensioen laten uitbetalen vanaf de leeftijd van 35 jaar (in plaats van de wettelijke pensioenleeftijd), op voorwaarde dat ze hun sportieve beroepsactiviteit definitief hebben stopgezet.
In dit geval werd het kapitaal belast tegen de voordelige aanslagvoet van 20%.
Nieuw stelsel (vanaf 20 oktober 2021)
De uitzondering werd geschrapt. Daardoor gelden voor betaalde sportbeoefenaars dezelfde regels als voor andere werknemers, d.w.z. dat het pensioen ten vroegste op de wettelijke (vervroegde) pensioenleeftijd kan worden uitbetaald.
Overgangsregeling
Voor pensioentoezeggingen die zijn aangegaan vóór 20 oktober 2021 blijft het oude stelsel van toepassing, met de mogelijkheid van uitbetaling vanaf de leeftijd van 35 jaar aan het voordelige belastingtarief van 20%. Voor toezeggingen die vanaf 20 oktober 2021 zijn aangegaan, gelden echter de gewone fiscale regels en wordt het voordelige tarief van 20% niet langer toegekend.