Gecorrigeerde prorata bij deeltijds werk en/of onvolledige kwartaalprestaties
Het forfaitaire verminderingsbedrag geldt per kwartaal en voor volledige kwartaalprestaties, dat wil zeggen voor een voltijdse werknemer die gedurende het volledige kwartaal tewerkgesteld werd [1].
In geval van deeltijdse tewerkstelling of onvolledige kwartaalprestaties worden deze bedragen geproportionaliseerd, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder. Voor meer informatie over deze proportionalisering, klik hier.
Overzicht van de voordelen
|
Werknemers |
Voordelen toegekend per kwartaal |
|
Eerste werknemer |
Tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat ten belope van € 36,45 per kwartaal dat de RSZ-vermindering effectief wordt toegekend |
|
Tweede werknemer |
1.000 euro per kwartaal gedurende maximaal 12 kwartalen, op te nemen binnen een periode van 20 kwartalen vanaf het kwartaal van de indienstneming van de tweede werknemer. |
|
Derde werknemer |
1.000 euro per kwartaal gedurende maximaal 12 kwartalen, op te nemen binnen een periode van 20 kwartalen vanaf het kwartaal van de indienstneming van de derde werknemer. |
| Vierde werknemer | 1.000 euro per kwartaal gedurende maximaal 12 kwartalen, op te nemen binnen een periode van 20 kwartalen vanaf het kwartaal van de indienstneming van de 4e werknemer |
| Vijfde werknemer | 1.000 euro per kwartaal gedurende maximaal 12 kwartalen, op te nemen binnen een periode van 20 kwartalen vanaf het kwartaal van de indienstneming van de 5e werknemer |
Overgangsmaatregelen
Voor de eerste werknemer geldt het nieuwe plafond van 2.000 euro per kwartaal eveneens voor de reeds lopende verminderingen.
Voor de verminderingen met betrekking tot de 2e en 3e werknemer die reeds vóór 1 juli 2026 waren ingegaan, blijven de vroegere bedragen en de vroegere duurtijd van toepassing.
Concreet:
- voor de 2e werknemer: 1.550 euro gedurende 5 kwartalen, vervolgens 1.050 euro gedurende 4 kwartalen en ten slotte 450 euro gedurende 4 kwartalen;
- voor de 3e werknemer: 1.050 euro gedurende 9 kwartalen, vervolgens 450 euro gedurende 4 kwartalen.
[1] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).