Eerste aanwervingen
Voor de eerste vijf aanwervingen kunnen werkgevers, onder bepaalde voorwaarden, genieten van een forfaitaire vermindering van de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.
Sinds 1 juli 2026 is de regeling als volgt opgebouwd:
- Voor de eerste werknemer kan de werkgever genieten van een vermindering van maximaal 2.000 euro per kwartaal, zonder beperking in de tijd.
- Voor de tweede, derde, vierde en vijfde werknemer kan de werkgever genieten van een vermindering van maximaal 1.000 euro per kwartaal, gedurende maximaal 12 kwartalen, vrij te kiezen binnen een periode van 20 kwartalen, te rekenen vanaf het kwartaal van de indienstneming.
Er gelden geen voorwaarden met betrekking tot het profiel van de werknemer. Bovendien is de vermindering niet gekoppeld aan een specifieke werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal vrij bepalen voor welke werknemer hij de vermindering aanvraagt, op voorwaarde dat aan de toepasselijke voorwaarden is voldaan.
Cumulatie met de structurele vermindering van de sociale bijdragen
De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten:
- De structurele vermindering van de sociale bijdragen
- En onder bepaalde voorwaarden, een ‘doelgroepvermindering’ of RSZ-vermindering.
De RSZ-vermindering wordt toegekend aan een werkgever die een werknemer aanwerft van wie het profiel overeenstemt met dat van een doelgroep. Hij kan dan gedurende een bepaald aantal kwartalen rekenen op een forfaitaire kwartaalvermindering van de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.
De vermindering voor de eerste vijfde aanwervingen is één van die RSZ-verminderingen. In tegenstelling tot de meeste andere doelgroepverminderingen werd ze niet geregionaliseerd.
Hervorming van de doelgroepvermindering voor de eerste aanwervingen
Een eerste hervorming trad reeds in werking op 1 januari 2024. Sinds die datum was het plafond van de vermindering voor de eerste werknemer beperkt tot 3.100 euro per kwartaal en werden de verminderingen voor de vierde tot en met zesde werknemer in principe niet langer toegekend, behalve voor rechten die vóór die datum al waren geopend.
De programmawet van 30 mei 2026 heeft deze regeling vervolgens opnieuw gewijzigd met ingang van 1 juli 2026.
Sinds die datum:
- De vermindering voor de eerste werknemer is beperkt tot 2.000 euro per kwartaal.
- Dit nieuwe plafond geldt eveneens voor de reeds lopende verminderingen voor een eerste werknemer.
- Voor de tweede, derde, vierde en vijfde werknemer kan de werkgever genieten van een uniforme vermindering van 1.000 euro per kwartaal, gedurende maximaal 12 kwartalen, op te nemen binnen een periode van 20 kwartalen.
- Voor de verminderingen met betrekking tot de tweede en derde werknemer die reeds vóór 1 juli 2026 waren gestart, blijven de oude bedragen en de oude duurtijd van toepassing.
Concreet betekent dit dat:
- Voor de tweede werknemer blijft de werkgever genieten van 1.550 euro gedurende 5 kwartalen, vervolgens van 1.050 euro gedurende 4 kwartalen en ten slotte van 450 euro gedurende 4 kwartalen.
- Voor de derde werknemer blijft de werkgever genieten van 1.050 euro gedurende 9 kwartalen, vervolgens van 450 euro gedurende 4 kwartalen.
De momenteel geldende regeling heeft dus opnieuw betrekking op de eerste vijf aanwervingen, maar volgens minder gunstige voorwaarden dan voordien voor de eerste werknemer.