Wanneer een werknemer tijdens zijn periode van arbeidsongeschiktheid opnieuw aangepast werk of een andere functie hervat met de toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds, wordt dit beschouwd als een toegestane hervatting tijdens arbeidsongeschiktheid.
Indien de werknemer tijdens deze periode van toegestane hervatting opnieuw arbeidsongeschikt wordt, is de werkgever niet gehouden tot het betalen van gewaarborgd loon voor de dagen van arbeidsongeschiktheid die zich tijdens deze hervatting voordoen. De werknemer valt in dat geval rechtstreeks terug op een uitkering van het ziekenfonds, voor zover de voorwaarden voor dergelijke uitkeringen zijn vervuld.
Regeling vóór en vanaf 1 januari 2026
-
Voor 1 januari 2026 werd de neutralisatie van het gewaarborgd loon beperkt tot maximaal de eerste 20 weken vanaf het begin van de toegestane hervatting van aangepast werk of een andere functie. Na deze periode was de werkgever opnieuw gehouden tot betaling van gewaarborgd loon bij een nieuwe arbeidsongeschiktheid tijdens de hervatting.
-
Sinds 1 januari 2026 is deze beperking van 20 weken opgeheven. Dat betekent dat de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd is tijdens de volledige duur van de toegestane hervatting, ongeacht hoe lang deze hervatting duurt, voor zover de arbeidsongeschiktheid zich voordoet tijdens deze periode van hervatting.
Toepassingsgebied
-
De nieuwe regeling geldt voor arbeidsongeschiktheden die beginnen vanaf 1 januari 2026.
-
Voor arbeidsongeschiktheden die zijn begonnen voor 1 januari 2026, blijft het oude systeem met de 20-wekenlimiet van toepassing.
U vindt hier meer uitleg en een aantal praktische voorbeelden.