Voorwaarde toekenning minimumpremie
Tot voor kort was er geen minimumbedrag van ploegenpremie om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. In de meeste sectoren bestonden echter al afspraken over deze nacht- en ploegenpremies.
De wet houdende verlaging van lasten op arbeid stelt nu de kwantificering van deze minimumpremie vast in de vorm van een percentage.
Om vanaf 1 april 2022 op de vrijstelling te blijven rekenen, moet je je werknemers, naast het contractuele bruto-uurloon, een minimumpremie van 2% voor ploegenarbeid en 12% voor nachtarbeid betalen.
Voor werknemers die 's nachts in ploegendienst werken, aanvaardt de fiscus echter een minimumpremie van 2% per uur. Ploegenarbeid tijdens de nacht wordt namelijk als ploegenarbeid beschouwd.
Aan deze minimale voorwaarde van 2% of 12 % moet voldaan zijn voor alle werknemers die in ploegen of 's nachts werken. Wordt voor sommige werknemers aan deze voorwaarde voldaan en voor anderen niet, dan voldoet de werkgever niet aan de definitie van een onderneming waar ploegen- of nachtarbeid verricht wordt en kan de vrijstellling bijgevolg niet worden toegepast.
Opname in cao, arbeidsreglement of arbeidsovereenkomst
Vanaf 1 april 2024 is de toekenning van deze premie aan een bijkomende voorwaarde onderworpen: ze moet opgenomen zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst, in het arbeidsreglement of in een arbeidsovereenkomst. Is dit niet het geval, dan wordt de premie niet in aanmerking genomen en heb je geen recht op vrijstelling.
Uitzondering hierop vormt de ploegenarbeid in de bouw- en aanverwante sectoren (werken in onroerende staat). Voor deze ondernemingen wordt een bruto uurloon van minstens 13,75 euro (niet- geïndexeerd)[1] met een ploegenpremie gelijkgesteld (zie bovenstaand).
In de praktijk
De ploegenpremie mag afzonderlijk vermeld worden op de loonfiche, maar dit is geen vereiste.
Ze kan worden geïntegreerd in het uurloon voor zover de werkgever kan aantonen dat een deel van het loon overeenstemt met een premie die wordt toegekend wegens ploegenarbeid. Het bedrag van deze premie moet dus bepaalbaar en identificeerbaar zijn[2].
De wachtvergoeding is een vergoeding die wordt toegekend ter compensatie van het deelnemen aan een wachtdienst. Die wachtdienst is een oproepsysteem waarbinnen een werknemer bereikbaar moet zijn en waarbij de fysieke aanwezigheid van de werknemer op de arbeidsplaats niet vereist is. Deze wachtdienst is geen arbeidstijd.
De wachtvergoeding is bijgevolg geen ploegenpremie omdat zij niet wordt toegekend naar aanleiding van het leveren van bepaalde prestaties, maar enkel om thuis stand-by te blijven. Ze maakt wel deel uit van de belastbare bezoldigingen die als basis dienen voor de berekening van deze maatregel.
Occasionele activiteiten (bv. opleiding)
Naar aanleiding van een recente parlementaire vraag [3] verduidelijkte de minister dat de fiscus steeds strenger beoordeelt of ploegenpremies correct worden toegekend voor de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing bij ploegenarbeid.
De minister koppelt het behoud van het karakter van de fiscale ploegenpremie voor werkzaamheden die niet in ploegenarbeid worden verricht aan de verplichting dat de werkgever in dergelijke gevallen verplicht is de premie toe te kennen. Dat verplichtend karakter kan blijken uit een wettelijke bepaling, een cao of het arbeidsreglement, en geldt enkel voor werknemers die volgens hun normale planning in ploegen werken.
Zodra werknemers die geen ploegenarbeid verrichten de premie ontvangen, of wanneer een werkgever de premie vrijwillig toekent zonder verplichting, komt de volledige fiscale vrijstelling in het gedrang. Werkgevers doen er daarom goed aan hun cao’s, arbeidsreglement en arbeidsovereenkomsten te controleren en indien nodig aan te passen om discussies met de fiscus te vermijden.
[1] 17,64 euro voor inkomstenjaar 2026.
[2] Circulaire 2019/C/42 punt 9
[3] Mondelinge vraag nr. 56007604C van 13 januari 2026, gesteld door kamerlid Lode Vereeck, Integraal Verslag Kamercommissie Financiën, CRIV 56 COM 285, p.11