Een werknemer[1] die gebruikmaakt van het openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro) om van zijn woonplaats naar zijn plaats van tewerkstelling te reizen, moet een tegemoetkoming ontvangen ten laste van zijn werkgever.
Hieronder worden deze bepalingen toegelicht.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de terugbetaling van werkelijk gemaakte kosten en forfaitaire kosten.
Elke werkgever die personeel tewerkstelt, is wettelijk verplicht een verzekering tegen arbeidsongevallen bij een gemachtigde verzekeringsmaatschappij of bij een gemeenschappelijke verzekeringskas af te sluiten.
Na afloop van het tijdskrediet keert de werknemer in principe naar zijn oorspronkelijke functie terug.
De toekenning van het mobiliteitsbudget wordt in bepaalde gevallen stopgezet.
We hebben een overzichtstabel opgesteld over het mobiliteitsbudget.
De wet legt vast voor welke schade het slachtoffer gedekt is. Een aantal kosten blijven ten laste van het slachtoffer.