Sociale behandeling
Geen gewone socialezekerheidsbijdragen
De loonbonus is ten belope van 4.255 euro per jaar (bedrag geldig voor 2026) uitgesloten uit het loonbegrip en bijgevolg vrijgesteld van de normale socialezekerheidsbijdragen (persoonlijke en patronale). Wanneer het bedrag van 4.255 euro wordt overschreden, is enkel het verschil aan socialezekerheidsbijdragen onderhevig.
Wanneer een werknemer bij verschillende werkgevers tewerkgesteld is, wordt het grensbedrag per werkgever bekeken. Deze werknemer zal dus van elke werkgever een loonbonus van maximum 4.255 euro kunnen ontvangen zonder dat hierop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.
Bijzondere werkgeversbijdrage van 33% en werknemersbijdrage van 13,07%
De werkgever is per betrokken werknemer een bijzondere bijdrage van 33% verschuldigd op het bedrag van de loonbonus. Daarnaast is de werknemer een solidariteitsbijdrage op dat bedrag verschuldigd. Het percentage van deze solidariteitsbijdrage is gelijk aan het percentage van de normale werknemersbijdrage, met name 13,07%.
De betaling van de bijzondere bijdrage en de solidariteitsbijdrage en de aangifte moeten gebeuren binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de normale socialezekerheidsbijdragen, met andere woorden op het einde van elk kwartaal waarin de betaling van de loonbonus uitgevoerd wordt.
Op deze bijdragen zijn de normale regels inzake sociale zekerheid van toepassing voor wat betreft de aangifte, de betalings- en verjaringstermijnen en de sancties.
Fiscale behandeling
In hoofde van de werknemer
De loonbonus is in hoofde van de werknemer volledig vrijgesteld van belastingen ten belope van 3.701 euro per jaar (bedrag geldig voor 2026: 4.255 euro - 13,07% solidariteitsbijdrage). Er is dus noch bedrijfsvoorheffing, noch een eindbelasting op verschuldigd. Wanneer het grensbedrag overschreden wordt, is enkel het verschil aan belastingen onderworpen.
Ook wanneer een werknemer bij verschillende werkgevers tewerkgesteld is en hij bij elk van deze werkgevers een loonbonus ontvangt, geldt de fiscale vrijstelling slechts ten belope van het grensbedrag van 3.701 euro per jaar. Er zal wel nog steeds een vrijstelling van bedrijfsvoorheffing gelden, maar het gedeelte dat het grensbedrag te boven gaat, wordt beschouwd als een belastbaar inkomen en dit zal bij de eindbelasting geregulariseerd worden.
In hoofde van de werkgever
Zowel het bedrag van de loonbonus als de bijzondere socialezekerheidsbijdrage hierop zijn in hoofde van de werkgever aftrekbaar als beroepskost. Deze aftrekbaarheid geldt uiteraard slechts ten belope van het grensbedrag van 4.255 euro per werknemer.
Bijzonderheid voor uitzendkrachten
De loonbonus uitbetaald aan de uitzendkracht kan van dezelfde fiscaal en sociaal gunstige regels genieten als die voor de andere werknemers, ook al heeft het uitzendkantoor niet zelf het loonbonusplan ingevoerd via toetredingsakte of CAO. Het uitzendkantoor moet er evenwel voor zorgen dat het sociale en fiscale loonplafond per jaar, per werknemer en per werkgever (het uitzendkantoor) niet overschreden wordt.
Om na te gaan of het plafond gerespecteerd werd, moet rekening gehouden worden met alle betalingen gedaan door het uitzendkantoor ongeacht op basis van welk plan dit gebeurt.
Dit houdt in dat zowel de betalingen die voortvloeien uit een bonusplan ingevoerd door de gebruikers en als de eventuele betalingen op basis van een bonusplan van het interimkantoor zelf, in aanmerking komen om het sociale en fiscale loonplafond te berekenen. Het staat het interimkantoor inderdaad vrij om zelf ook een bonusplan in te voeren. In dat geval moet het wel de procedure via toetredingsakte of CAO volgen om van de fiscaal en sociaal gunstige regeling te kunnen genieten.
Bijzonderheid voor de werknemers uit dienst
Voor de werknemer die niet meer bij de werkgever tewerkgesteld is op het moment dat de loonbonus betaald wordt, moet de loonbonus aangegeven worden op het laatste kwartaal van tewerkstelling.
Alle werknemers die deel uitmaken van de doelgroep van het bonusplan (zelfs diegenen die niet tijdens de volledige referentieperiode ervan in de onderneming tewerkgesteld waren), hebben immers recht op de betaling van de loonbonus in verhouding tot hun effectieve arbeidsprestaties wanneer het in het plan vastgestelde objectief bereikt werd.
Wanneer de werknemer een bedrag ontvangt in de loop van een kwartaal van een jaar waarin hij niet bij de werkgever tewerkgesteld werd, zal dit bedrag eveneens op het laatste kwartaal van tewerkstelling moeten aangegeven worden, maar dan onder een aparte code. Dit bedrag zal dan niet in rekening gebracht mogen worden om na te gaan of het sociale en fiscale loonplafond overschreden werd tijdens dat laatste jaar van tewerkstelling. Indien de werknemer in de loop van het jaar waarin hij deze betaling ontvangt, opnieuw aan de slag gaat bij dezelfde werkgever, zal het bedrag wel in aanmerking genomen worden om na te gaan of het plafond tijdens dat jaar al dan niet overschreden wordt.
Wat met studenten en flexi-jobwerknemers?
In zijn administratieve instructies verduidelijkt de RSZ dat de bijdragen van 33% en 13,07% ook verschuldigd zijn voor flexi-jobwerknemers.
Heb je flexi-jobwerknemers in je bedrijf en voldoen zij aan de voorwaarden om de loonbonus te ontvangen? Dan zijn dus zowel jijzelf als werkgever als je flexi-jobwerknemer dezelfde RSZ-bijdragen verschuldigd als andere werknemers die de loonbonus ontvangen.
Heb je studenten in je onderneming die ook voldoen aan de voorwaarden om de loonbonus te ontvangen? Tot en met 2025 inde de RSZ de bijdragen van 33% en 13,07% niet als je voor je studenten enkel de solidariteitsbijdragen voor studenten verschuldigd was. Voor 650 uur per jaar was dat dus het geval.
Vanaf 2026 int de RSZ de bijdragen van 33% en 13,07% voor elke student die een loonbonus krijgt. Ook als je student bijvoorbeeld slechts 300 uur voor jou gewerkt heeft en die 300 uur enkel onderworpen waren aan solidariteitsbijdragen.