Op welke basis wordt de inschatting uitgevoerd?
De inschatting is gebaseerd op:
- een vragenlijst die door de werknemer wordt ingevuld op verzoek van de preventiedienst;
- de beschikbare informatie over de gezondheidstoestand en de mogelijkheden van de werknemer, verstrekt onder meer door de behandelend arts, de adviserend arts, de werkgever en de werknemer;
- de beschikbare informatie in het gezondheidsdossier van de werknemer.
Wat zijn de gevolgen van de inschatting?
De inschatting bevestigt een arbeidspotentieel.
Indien de arbeidsarts het bestaan van een arbeidspotentieel bevestigt, kan de werkgever:
- een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting aanvragen;
- een re-integratietraject opstarten.
Opgelet: de werkgever is verplicht een dergelijk re-integratietraject op te starten indien hij ten minste 20 werknemers tewerkstelt.
De werkgever die die twintig of meer werknemers tewerkstelt, is verplicht om uiterlijk zes maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid een re-integratietraject op te starten, voor zover een arbeidspotentieel werd bevestigd.
Deze verplichting geldt voor arbeidsongeschiktheden die starten vanaf 1 januari 2026.
Het niet naleven van deze verplichting stelt de werkgever bloot aan een sanctie van niveau 2 in de zin van het Sociaal Strafwetboek, namelijk:
- een strafrechtelijke geldboete van 500 tot 5.000 euro, of
- een administratieve geldboete van 250 tot 2.500 euro,
per betrokken werknemer.
Hoe wordt deze drempel van 20 werknemers of meer berekend?
Het aantal werknemers moet worden geteld per juridische entiteit. De berekeningswijze is beschreven in de Codex over het welzijn op het werk, artikel II.1-2. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg verduidelijkt de berekeningswijze op de website.
De inschatting bevestigt geen arbeidspotentieel
Indien geen arbeidspotentieel wordt vastgesteld, kan op basis geen re-integratietraject worden opgestart.