Deze vrijstelling werd afgeschaft door de Wet houdende diverse bepalingen (1) van 18 december 2025.
Ze kan enkel nog worden toegepast op bezoldigingen toegekend tot en met 30 september 2025. Vanaf 1 oktober 2025 kan geen nieuwe vrijstelling meer worden opgebouwd.
De vrijstellingen die tot en met 30 september 2025 werden opgebouwd, blijven behouden en worden verder toegepast via de bestaande spreiding over vijf jaar, telkens 20% per jaar. Deze spreiding blijft ongewijzigd voor zowel in 2025 opgebouwde bedragen als voor bedragen uit eerdere jaren.
Werknemers die pas vanaf september 2025 hun vereiste vijf jaar anciënniteit bereikten, komen niet meer in aanmerking voor de vrijstelling.
In dit verband verwijzen we naar de vraag “Wie komt in aanmerking voor het sociaal passief?”.
Samengevat zijn de voorwaarden de volgende:
- De werkgever is een vennootschap of natuurlijke persoon
- De werkgever moet belastbare winsten of baten hebben
- Hij moet personeel in loondienst tewerkstellen
- De werknemers die het recht op het sociaal passief openen, hebben bij betrokken werkgever minstens 5 jaar anciënniteit in het eenheidsstatuut [1]
- Geen enkele werknemer wordt uitgesloten op basis van zijn loon
Bovendien dient nog te worden toegevoegd dat het niet vereist is dat de onderneming voornemens is om binnen afzienbare tijd tot ontslagen over te gaan.
De reden van het ontslag (ontslag, ontslagname, beëindiging in onderling akkoord,…) is evenmin van belang.
Neutraliseren van bepaalde gebeurtenissen die een invloed hebben op de onderneming
De vrijstelling kan zelfs worden toegekend wanneer de volgende verrichtingen plaatsvinden:
- Inbreng van een algemeenheid van goederen of van een of meerdere bedrijfstakken in een vennootschap. De overgang van een activiteit die als natuurlijk persoon wordt uitgeoefend naar een activiteit in vennootschap heeft geen invloed op de toekenning van de vrijstelling
- Voorzetting van hetzij de exploitatie, hetzij de beroepsactiviteit, hetzij van een of meerdere bedrijfstakken door de echtgenoot, een of meerdere erfgenamen of erfgerechtigden in rechte lijn van de belastingplichtige die zijn activiteiten heeft stopgezet
- Inbreng in een landbouwvennootschap indien ze voor het belastbaar tijdperk wordt beschouwd als zijnde zonder rechtspersoonlijkheid [2]
- Fusies, splitsingen, overnames of gelijkgestelde verrichtingen die met vrijstelling van belasting worden gerealiseerd [3]
[1] De toe te passen vrijstelling betreft dus niet enkel werknemers waarvoor de ontslagkost hoger is dan voorheen.
[2] Zie artikel 46 van het WIB 1992.
[3] Artikel 211 van het WIB 1992.