Inloggen
Service & Contact Securex.be
Inloggen

Invloed van de tijdelijke hervatting op het inkomen van de werknemer

De werkgever is enkel loon verschuldigd voor de effectief uitgevoerde prestaties, tenzij de partijen anders overeengekomen zijn.

Laatst bijgewerkt op 27 augustus 2026

Tijdens de tijdelijke hervatting

Indien de tijdelijke hervatting plaatsvindt tijdens de periode dat de werkgever nog gewaarborgd loon aan de werknemer verschuldigd is, hoeft hij niet langer het gewaarborgd loon te betalen vermits de uitvoering van de arbeidsovereenkomst niet langer geschorst is wegens ziekte. Zodra er sprake is van een tijdelijke werkhervatting moet de werkgever dus geen gewaarborgd loon meer betalen, ook niet voor de niet-gewerkte dagen die vallen in de periode dat hij normaal nog gewaarborgd loon verschuldigd zou zijn geweest als er geen werkhervatting was geweest [1].

Onder bepaalde voorwaarden [2] kan de werknemer dit deeltijds loon tot een bepaald grensbedrag cumuleren met de vergoedingen van het ziekenfonds [3]. Hiervoor moet de werkgever elke maand een attest aan het ziekenfonds bezorgen waarop de gewerkte uren en het betaalde loon vermeld staan.

Indien de werknemer opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt

Regel van toepassing sinds 1 januari 2026

Wanneer een werknemer het werk deeltijds hervat met de toestemming van de adviserend arts van het ziekenfonds en vervolgens opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt, is de regelgeving sinds 1 januari 2026 gewijzigd.

Sinds die datum is de neutralisatie van het gewaarborgd loon niet langer beperkt in de tijd. Wanneer er aldus een nieuwe periode van volledige arbeidsongeschiktheid ontstaat tijdens de periode van hervatting van aangepast werk of ander werk dat door de adviserend arts is toegestaan, is de werkgever vrijgesteld van de betaling van het gewaarborgd loon en kan de werknemer onmiddellijk ten laste worden genomen door het ziekenfonds, volgens de toepasselijke voorwaarden.

Deze bijzondere regel is van toepassing gedurende de volledige duur van de toegestane gedeeltelijke werkhervatting. Zij heeft betrekking op een arbeidsongeschiktheid die voortvloeit uit een gewone ziekte of een gewoon ongeval, met uitsluiting van met name een beroepsziekte, een arbeidsongeval en een ongeval op de weg naar of van het werk, waarvoor specifieke regels gelden.

De neutralisering is van toepassing op de nieuwe arbeidsongeschiktheid die tijdens deze periode van toegestane werkhervatting ontstaat, zonder dat het in het kader van deze bijzondere regel nodig is om deze eerst als een « herval » in de zin van de algemene regeling te kwalificeren.

In deze situatie is de werkgever niet verplicht het eventuele saldo van het gewaarborgd loon dat tijdens de eerste periode van arbeidsongeschiktheid nog niet werd uitbetaald, alsnog te betalen. De werknemer valt onmiddellijk opnieuw ten laste van het ziekenfonds en ontvangt opnieuw arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, berekend op basis van een voltijdse tewerkstelling, zelfs indien hij op het moment van de herval deeltijds werkte.

De afschaffing van de tijdsbeperking vormt een belangrijk verschil met de vroegere regeling, die voorzag in een neutralisatie die beperkt was tot de eerste twintig weken van de progressieve werkhervatting.

Na het verstrijken van de periode van tijdelijke werkhervatting

Wanneer de werknemer het werk hervat met een deeltijdse werkhervatting met toestemming van de adviserend arts, wordt deze periode niet beschouwd als een volledige arbeidsongeschiktheid.

De arbeidsovereenkomst wordt tijdens deze periode niet geschorst: de werknemer voert zijn arbeidsovereenkomst uit, zij het gedeeltelijk, en de werkgever betaalt het loon voor de effectief geleverde prestaties. Het gaat dus niet om een periode van gewaarborgd loon.

Wanneer de toegestane gedeeltelijke werkhervatting eindigt, is de bijzondere neutralisatieregel niet langer van toepassing. Indien de werknemer vervolgens opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt, moeten de gewone regels inzake het gewaarborgd loon worden toegepast, met name de regel inzake herval.

Om te bepalen of deze nieuwe arbeidsongeschiktheid een herval vormt, wordt de termijn van acht weken in principe berekend vanaf het einde van de vorige periode van arbeidsongeschiktheid die het recht op gewaarborgd loon van 100%, 85,88% of 86,93% heeft doen ontstaan, en niet automatisch vanaf de datum van de volledige werkhervatting. De gedeeltelijke werkhervatting doet deze termijn niet opnieuw vanaf nul lopen.

De volledige werkhervatting is niettemin belangrijk, aangezien zij een einde maakt aan de periode van gedeeltelijke werkhervatting en aan de bijzondere neutralisatie die daaraan verbonden is.

Indien de werknemer opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt vóór hij het werk volledig heeft hervat, moet de hervaltermijn niet worden onderzocht: hij valt onmiddellijk terug ten laste van de mutualiteit, overeenkomstig de neutralisatieregels die gelden tijdens de progressieve werkhervatting.

Voorbeeld 1

Een bediende is arbeidsongeschikt van 1 januari tot 31 augustus. Hij ontvangt gedurende 30 dagen gewaarborgd loon en valt daarna ten laste van de mutualiteit. Op 1 september hervat hij het werk deeltijds met toestemming van de mutualiteit.Op 1 december hervat hij het werk voltijds.Op 10 december wordt hij opnieuw volledig arbeidsongeschikt om dezelfde reden.

De nieuwe arbeidsongeschiktheid ontstaat na het einde van de toegestane gedeeltelijke werkhervatting. De bijzondere neutralisatieregel is dus niet langer van toepassing.

Bovendien valt 10 december meer dan acht weken na het einde van de periode van volledige arbeidsongeschiktheid op 31 augustus. De termijn voor herval kan dus niet worden berekend vanaf 1 december, de datum van de volledige werkhervatting. De gewone regels inzake het gewaarborgd loon zijn van toepassing en in principe kan een nieuw gewaarborgd loon verschuldigd zijn.

Voorbeeld 2

Een bediende is arbeidsongeschikt van 1 januari tot 15 januari.Vanaf 16 januari hervat hij het werk deeltijds met toestemming van de mutualiteit. Op 16 april wordt hij opnieuw volledig arbeidsongeschikt, terwijl de periode van toegestane gedeeltelijke werkhervatting nog steeds loopt.

De nieuwe arbeidsongeschiktheid ontstaat tijdens de periode van toegestane gedeeltelijke werkhervatting. De bijzondere neutralisatieregel is dus van toepassing: de werkgever is voor deze nieuwe arbeidsongeschiktheid geen gewaarborgd loon verschuldigd en de werknemer kan onmiddellijk ten laste worden genomen door het ziekenfonds, volgens de toepasselijke voorwaarden. In dit stadium is het niet nodig om na te gaan of de nieuwe arbeidsongeschiktheid een herval vormt in de zin van de algemene regeling.

Ter herinnering: oude regeling vóór 2026 (voor info)

Hier moet een onderscheid gemaakt worden naargelang "het herval" gebeurt binnen de eerste twintig weken van de progressieve werkhervatting of erna.

Binnen de eerste twintig weken van de tijdelijke werkhervatting

Als de toestand van de werknemer tijdens de eerste twintig weken van de tijdelijke hervatting opnieuw verergert en hij daardoor opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt (herval) of als de werknemer tijdens de periode van tijdelijke werkhervatting volledig arbeidsongeschikt wordt omwille van een andere reden (vb. griep), dan valt hij weer ten laste van het ziekenfonds, zelfs indien de werkgever vóór de werkhervatting nog niet het volledige gewaarborgd loon betaald had en er dus nog een saldo overblijft. Met andere woorden, de werkgever is er in dit geval niet toe gehouden het saldo van het gewaarborgd loon aan de werknemer te betalen [4] [5].

De werknemer van zijn kant zal ziekte-uitkeringen ontvangen op basis van een voltijdse tewerkstelling, ook al werkt hij tijdens de tijdelijke werkhervatting deeltijds [6].

Voorbeeld: een bediende wordt ziek op 14 mei en verkrijgt op 15 mei het akkoord van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds om het werk deeltijds te hervatten. Op 7 juni wordt de bediende terug volledig ongeschikt. Vanaf 15 mei heeft de bediende recht op loon ten laste van zijn werkgever (geen gewaarborgd loon) in verhouding tot zijn effectieve arbeidsprestaties alsook op de vergoedingen van het ziekenfonds.  Vanaf 7 juni valt de bediende onmiddellijk ten laste van het ziekenfonds. Het saldo van het gewaarborgd loon is niet verschuldigd door de werkgever.

Na twintig weken van de tijdelijke werkhervatting

Als de werknemer ziek wordt of een ongeval krijgt, heeft hij of zij vanaf de twintigste week na de tijdelijke werkhervatting, dus wel opnieuw recht op  gewaarborgd loon. Ook daarbij maakt het geen verschil of de werknemer opnieuw arbeidsongeschikt wordt omwille van zijn oorspronkelijke ziekte, dit is de ziekte in het kader waarvan hij het werk hervat heeft, of dat het om een volledig andere ziekte of ongeval gaat.

 

[1] Deze regel is enkel van toepassing indien de werkhervatting gebeurt met toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. We volgen hierbij het standpunt van de FOD Werkgelegenheid.

[2] Artikel 230 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.

[3] Indien de tijdelijke hervatting zonder toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds plaatsvond, zal de werknemer enkel recht hebben op zijn deeltijds loon en niet op uitkeringen van het ziekenfonds.

[4] Indien de volledige arbeidsongeschiktheid voortvloeit uit een beroepsziekte of een arbeidsongeval is deze regel evenwel niet van toepassing.

[5] Dit standpunt werd ons bevestigd door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

[6] Indien de tijdelijke hervatting plaatsvond zonder toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds, zal de werkgever wel het saldo van het gewaarborgd loon dienen te betalen. Dit wordt dan berekend op basis van het deeltijds en niet van het voltijds loon.  Indien er minder dan 14 dagen verstreken zijn tussen de tijdelijke hervatting zonder toestemming van het ziekenfonds en de volledige arbeidsongeschiktheid moet men de regels van herval toepassen.

[7] Dit standpunt werd bevestigd door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg (FOD WASO).