Inloggen
Service & Contact Securex.be
Inloggen

Bedrijfswagen - Voordeel van alle aard op fiscaal vlak

De terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen voor privédoeleinden levert voor de begunstigde een belastbaar voordeel van alle aard (VAA) op. Maar hoe bereken je dit VAA?

Laatst bijgewerkt op 13 januari 2026
Deze pagina wordt momenteel bijgewerkt naar aanleiding van het federaal regeerakkoord (2025-2029).

Hoe wordt het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het privégebruik van een bedrijfswagen berekend?

Om het voordeel van alle aard te bekomen dat voortvloeit uit het privégebruik van een bedrijfswagen, moeten we gebruik maken van een specifieke formule.  Het gaat niet om dezelfde formule als diegene die op sociaal vlak gebruikt wordt om de solidariteitsbijdrage te berekenen, maar ze laat eveneens toe om het voordeel op een forfaitaire manier te waarderen.

De formule is van toepassing op alle voordelen toegekend sinds 1 januari 2012 (aanslagjaar 2013).  Het aantal kilometers tussen de woon- en de werkplaats is niet meer van belang.  We houden enkel rekening met:

  • De cataloguswaarde van de wagen (en de werkelijk betaalde btw)
  • De CO2-uitstoot van de wagen

Net zoals dit voorheen het geval was, is deze regeling zowel van toepassing op werknemers als op zelfstandige bedrijfsleiders. 

De forfaitaire evaluatie van het voordeel beperkt zich tot wagens en gelijkgestelde voertuigen!

Het voordeel van een forfaitaire evaluatie van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het ter beschikking stellen van een bedrijfswagen is geldt wettelijk enkel voor bepaalde categorieën van voertuigen [1]. Ter herinnering, het gaat om de volgende voertuigen:

  • Wagen
  • Minibus
  • Gemengde wagen
  • "Valse" bestelwagen [2]

Onder deze laatste categorie vallen de lichte vrachtwagens waarvan de technische kenmerken overeenstemmen met die van een bestelwagen in de zin van de reglementering inzake de inschrijving van de voertuigen, maar die door de fiscale wetgeving inzake de belasting op verkeersinstelling en verkeersbelasting in de categorie van wagens, gemengde wagens, minibussen worden geplaatst.  Dit verschil in behandeling, de striktere interpretatie op fiscaal vlak, zorgt ervoor dat de fiscus de ”valse” lichte vrachtwagens (monovolumes, terrein- of luxe 4x4 wagens) kan behandelen als een wagen.

Hoe wordt het belastbaar voordeel voor de andere dan de door de wet beoogde  bedrijfswagens bepaald?

Voor alle andere motorische voertuigen is de algemene regel van toepassing. Het bedrag van het belastbaar voordeel moet worden gewaardeerd in functie van de werkelijke waarde die het ter beschikking stellen van het voertuig heeft voor de begunstigde.  En de praktische moeilijkheid is uiteraard net het bepalen van de werkelijke waarde van het voordeel voor de begunstigde

Berekeningsformule

De nieuwe berekeningsformule voor het voordeel van alle aard ziet er als volgt uit:

  • Voor dieselwagens: cataloguswaarde × 6/7 × [ 5,5 + ( CO²-uitstoot wagen - 58 ) × 0,1 ] / 100
  • Voor benzinewagens: cataloguswaarde × 6/7 × [ 5,5 + ( CO²-uitstoot wagen - 70 ) × 0,1 ] / 100
  • Voor de 100% elektrische auto’s : cataloguswaarde x 6/7 x 4%

Definities

Om deze formules te kunnen toepassen, houden we rekening met de volgende parameters:

Cataloguswaarde

Onder cataloguswaarde moet men verstaan "de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en werkelijk betaalde belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno [3]".  Een onderscheid wordt gemaakt naargelang de prijs van het voertuig gewaarborgd is of niet.  Indien de prijs gewaarborgd is, telt de cataloguswaarde op het moment van de bestelling van het voertuig en in de andere gevallen geldt de cataloguswaarde die van toepassing is op het moment van de facturatie [4].  De catalogusprijs is de prijs die van toepassing is in België tenzij de betreffende wagen in België niet gecommercialiseerd wordt.

De wetgever opteert voor een eenduidige definitie van de waarde, ongeacht het soort van transactie (nieuwe wagen of occasie, leasing of renting, …).

Opgelet! De leeftijd van het voertuig beïnvloedt de berekening van het voordeel.  Voor meer informatie, klik hier

Waar vind je deze catalogusprijs?

De wil om het begrip “cataloguswaarde” te objectiveren is op zich lovenswaardig.  Toch zal de concrete toepassing ervan (nog) ingewikkelder worden voor de loonberekenaars. Waar moet men deze prijs immers gaan zoeken aangezien er geen exhaustieve officiële databank bestaat? Wat met de voertuigen die al enkele jaren oud zijn of in het buitenland aangekocht werden? In geval van twijfel is het aangeraden om een dealer van het betrokken automerk te raadplegen.

Wat verstaat men onder opties?

In de Commissie voor Financiën heeft de minister erop gewezen dat men onder opties dient te verstaan de "(…) bijkomende voorzieningen aan de wagen die door gelijk welke bestuurder kunnen worden gekozen uit een bepaald aanbod".

Volgens deze opvatting sluit de minister de verbouwingskosten van de wagen voor gehandicapten uit terwijl hij er wel de kosten van een LPG-installatie in opneemt. Dit wordt ook bevestigd in recente FAQ die de FOD Financiën hierover heeft gepubliceerd.

Wat betekent “werkelijk betaalde btw”?

De wetgever heeft het nodig geacht te verduidelijken dat men de werkelijk betaalde btw in acht zal moeten nemen bij de berekening van het voordeel van alle aard voortvloeiend uit de kosteloze terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen. Deze verduidelijking heeft hevige discussies uitgelokt zowel binnen als buiten de parlementaire arena.

Toen hij hierover in de Commissie voor Financiën geïnterpelleerd werd, heeft de minister duidelijk gezegd dat het hier gaat om de btw vermeld op de aankoopfactuur van de wagen.  Dit betekent dat wanneer er geen btw op de factuur wordt aangeduid (aankoop bij een particulier, aankoop met winstmarge) er geen btw moet in acht genomen worden voor de berekening van de cataloguswaarde.

Wat betreft de leasewagens kan de werkgever deze informatie verkrijgen bij de leasingmaatschappij.

Referentie CO2-uitstoot

De referentie-CO2-uitstoot die wordt gebruikt voor de berekening van het VAA wordt berekend op basis van de gemiddelde CO2-uitstoot.

In 2024 heeft de regering een akkoord bereikt over een nieuwe, meer representatieve methode voor berekening van de referentie-CO2-uitstoot. De nieuwe berekeningsmethode houdt voortaan rekening met het hele wagenpark

Vanaf inkomstenjaar 2024 wordt rekening gehouden met de volgende waarden:

  • De NEDC-waarde voor voertuigen waarvan de NEDC-emissie gekend is
  • De WLTP-waarde voor voertuigen waarvan de WLTP-emissie gekend is, wanneer de NEDC-emissie niet gekend is
  • De 0-emissie voor elektrische voertuigen

Uiteraard doet deze beslissing op geen enkele manier afbreuk aan de doelstelling van de hervorming, namelijk een groener wagenpark

En wat als zowel de NEDC-waarde als de WLTP-waarde bekend zijn?

De FOD Financiën beantwoordt deze vraag in een FAQ. Daarin staat het volgende:

"In de huidige stand van de wetgeving moet bij de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard rekening worden gehouden met het CO2-uitstootgehalte van het voertuig zoals dat beschikbaar is bij de DIV.

De wettekst verduidelijkt evenwel niet of het daarbij moet gaan om de NEDC-waarde dan wel om de WLTP-waarde. Daarom zal bij de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard rekening moeten worden gehouden met [...] de NEDC 2.0 CO2-waarde of de WLTP- CO2-waarde (vrije keuze) wanneer het voertuig zowel een NEDC 2.0-waarde als een WLTP-waarde heeft.

Voormeld standpunt is van toepassing totdat, in voorkomend geval, nieuwe wetsbepalingen daaromtrent in werking zouden treden."

Waar kan men deze waarden vinden?

In principe stemt de NEDC-waarde overeen met de waarde vermeld in punt 49.1 van het gelijkvormigheidsattest en de WLTP-waarde met de waarde vermeld in punt 49.4 van dit certificaat (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen, ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen). Het zijn deze twee waarden (NEDC 2.0 en WLTP) die u naar het sociaal secretariaat moet sturen voor de berekening van het voordeel van alle aard en de solidariteitsbijdrage.

Hoe zit het met hybrides?

Voor full hybrides wordt het voordeel van alle aard ook berekend op basis van de cataloguswaarde van het voertuig en de CO2-uitstoot.

In dit verband verduidelijkt de FAQ van de FOD Financiën dat men de ‘gewogen, gecombineerde’ CO₂-waarde moet gebruiken voor oplaadbare elektrische voertuigen.
Aangezien het CO₂-percentage dat in de formule voor elektrische wagens moet worden toegepast, is vastgesteld op 4%, moet men, wanneer de FOD Financiën spreekt over «oplaadbare elektrische voertuigen», in werkelijkheid «oplaadbare hybride voertuigen» verstaan.

Voor echte hybrides wordt rekening gehouden met de theoretische uitstoot van de verbrandingsmotor. Aangezien deze zeer laag is, zal in de praktijk (net zoals bij elektrische wagens- zie hierboven)) vaak rekening worden gehouden met het minimumpercentage van 4%.[5]

Voor valse hybrides die zijn aangekocht/ gehuurd of geleased vanaf 1 januari 2018 moet voor de berekening van het voordeel van alle aard vanaf 1 januari 2020 rekening worden gehouden met de CO2- uitstoot van het overeenstemmend voertuig dat op brandstof rijdt. Is er geen overeenstemmend voertuig, dan moet de CO2- uitstoot met 2,5 worden vermenigvuldigd.

Zijn er geen gegevens over een bepaalde wagen beschikbaar, dan worden volgende gelijkstellingen gehanteerd:

  • Voor een wagen met een benzine-, lpg- of aardgasmotor is de hoeveelheid uitgestoten CO2 gelijk aan die van een wagen die 205 gr/km uitstoot
  • Voor een wagen met een dieselmotor bedraagt de hoeveelheid uitgestoten CO2 195 gr/km

De referentie-uitstoot [6] voor dieselwagens is in 2026 gelijk aan 58 g/km. Voor benzinewagens of wagens met een LPG- of aardgasmotor is dit 70 g/km in 2026.

Weinig impact op het VAA in 2026

De referentie-uitstoot is de gemiddelde uitstoot van de nieuw ingeschreven wagens van het voorgaande jaar. Aangezien deze waarde de neiging heeft te dalen, stijgt het VAA voor bedrijfswagens elk jaar.

Deze daling van de gemiddelde uitstoot wordt verklaard door de toenemende populariteit van de zuinige en elektrische wagens.

Toch zal de referentie-CO2-waarde in 2026 bijna niet dalen. Oorzaak: de stagnatie van nieuwe inschrijvingen van elektrische wagens.Het lijkt er namelijk op dat het aandeel van nieuwe bedrijfswagens die elektrisch zijn dit jaar niet is toegenomen. Sterker nog, het zou zelfs licht gedaald zijn tussen het eerste en tweede kwartaal.Gevolg: jouw VAA zal dit jaar nauwelijks beïnvloed worden.

Het CO2-basispercentage is gelijk aan 5,5%.  Dit wordt evenwel aangepast indien de CO2-uitstoot van de wagen hoger of lager ligt dan de referentie-uitstoot: verhoging of verlaging met 0,1% per gram CO2 (met een minimum van 4% [7] en een maximum van 18%).

Zelf de CO2-uitstoot bepalen

Je vindt de precieze CO2-uitstootwaarde voor elk voertuigtype op de website van de FOD Volksgezondheid.

Nieuwe Euro 6e-bis-norm en verhoging van de maximale uitstoot voor 'valse hybrides’

Ter herinnering: ‘valse' hybrides zijn auto's met een brandstofmotor en een elektrische batterij, maar:

  • de batterij heeft een energiecapaciteit van minder dan 0,5 kWh/100 kg;
  • of de CO2-uitstoot bedraagt meer dan 75 gr/km.

De wet houdende diverse bepalingen heeft de grens voor het bepalen van een ‘valse hybride’ vanaf 1 januari 2025 verhoogd van 50 naar 75 gram CO₂ per kilometer voor voertuigen waarvan de uitstoot volgens de nieuwe Euro 6e-bis-norm wordt berekend.

Sinds 1 januari 2025 moeten nieuwe plug-inhybrides die op de markt worden gebracht, voldoen aan een nieuwe, strengere norm voor het berekenen van de CO2-uitstoot: de Euro 6e-bis-norm. Dit komt omdat de CO2-uitstoot van de plug-inhybrides in werkelijkheid hoger is dan in theorie.

De Euro 6e-bis-norm geeft een realistischer beeld van de CO2-uitstoot. Naast laboratoriumtests moeten er nu ook RDE-tests (real driving emissions) worden uitgevoerd, waarbij de uitstoot in echte rijomstandigheden wordt gemeten. Vanaf 2026 moeten alle nieuw verkochte PHEV's aan deze norm voldoen, zelfs als hun model vóór 2025 is goedgekeurd.

Als gevolg hiervan zal de gemeten CO2-uitstoot van hybrides aanzienlijk toenemen. Daarom heeft de regering de drempel voor valse hybrides verhogen naar 75 gr/km.

Minimumbedrag

Het bekomen voordeel van alle aard mag nooit lager liggen dan 820 euro per jaar (dit is het basisbedrag, dat elk jaar geïndexeerd wordt).  Voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027, is dit bedrag gelijk aan 1.690 euro per jaar. 

Voorbeeld

Een bediende heeft een bedrijfswagen (diesel) met een CO2-uitstoot van 115 gram per kilometer.  De cataloguswaarde van de auto is 28.600 euro.  Het voordeel van alle aard zal op basis van bovenvermelde formule dan 228,80 euro per maand bedragen (28.600 euro × 6/7 × [ 5,5 + (( 115 - 58 ) × 0,1) ] / 100 /12)

[1] Artikel 65 van het WIB 92.

[2] Artikel 4 § 3 van het wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.

[3] Artikel 36, §2, al. 2 van het WIB 92.

[4] FAQ nr. 19 van 2 oktober 2012.

[5] Door de verhoging van de drempel voor een ‘valse hybride’ van 50 naar 75 gram CO₂ per kilometer (zie hieronder), kan het gebeuren dat sommige echte hybrides een CO₂-percentage krijgen dat hoger ligt dan 4% (volgens deze formule: [ 5,5 + (CO₂-uitstoot auto - 70) × 0,1 ] / 100). Het voordeel van alle aard voor deze voertuigen zal dan hoger zijn dan voor een volledig elektrische wagen.

[6] Deze referentie-uitstoot wordt jaarlijks bij koninklijk besluit vastgesteld.

[7] Dit minimum zal steeds van toepassing zijn op voertuigen met een uitstoot van 0 gram CO2 per kilometer, zoals elektrische wagens en wagens die op waterstof rijden.