Inloggen
Service & Contact Securex.be
Inloggen

Beperkte fiscale aftrekbaarheid vanaf 1 juli 2023

Een nieuwe fiscale en sociale regeling is van toepassing voor bedrijfswagens op fossiele brandstoffen die werden aangekocht vanaf 1 juli 2023.

Laatst bijgewerkt op 14 januari 2026

Fiscale regeling van toepassing vanaf 1 juli 2023

In 2021 nam de regering een reeks maatregelen om naar een meer ecologische mobiliteit te evolueren. Daarom zijn sinds 1 juli 2023 nieuwe fiscale en sociale regels van toepassing voor voertuigen die niet koolstofneutraal zijn.

De twee belangrijkste veranderingen die deze nieuwe regelingen invoeren, zijn:

We behandelen hier de nieuwe fiscale regeling voor de aftrekbaarheid.

De wet houdende diverse bepalingen vult deze hervorming vandaag aan met een wijziging van de fiscaliteit van bedrijfswagens, met name voor herlaadbare hybride voertuigen. Deze aanpassingen hebben echter een beperkte impact op de vennootschapsbelasting en betreffen voornamelijk de personenbelasting.

Geleidelijke schrapping van de aftrekbaarheid voor benzine- of dieselwagens

In 2022 besliste de regering om de fiscale voordelen voor nieuwe bedrijfswagens die niet koolstofneutraal zouden zijn (inclusief plug-inhybrides) geleidelijk af te schaffen, zodat ze tegen 2026 uit het wagenpark zouden verdwijnen.

Voertuigen besteld vóór 1 januari 2026: overgangsregeling

Er werd echter een overgangsregeling ingesteld voor voertuigen met benzine- of dieselmotor die tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 worden gekocht, gehuurd of geleased.

Deze regeling bepaalde dat vanaf 2025 (aanslagjaar 2026) de fiscale aftrekbaarheid voor deze voertuigen geleidelijk zou worden verminderd.

Concreet is de aftrekbaarheid beperkt tot:

  • 75% in 2025
  • 50% in 2026
  • 25% in 2027
  • 0% in 2028

Als gevolg hiervan zijn de beroepskosten van het gebruik van deze voertuigen zonder nuluitstoot momenteel voor 50% aftrekbaar.

Enkel elektrische bedrijfswagens zijn nog 100% fiscaal aftrekbaar tot 2026.

Vanaf 2027 (aanslagjaar 2028) zullen ze echter nog slechts voor 25% aftrekbaar zijn. Deze aftrekbaarheid daalt vervolgens tot 0% in 2028.

Voor auto's gekocht vóór 1 juli 2023 blijft de oude regeling van fiscale aftrekbaarheid van toepassing, d.w.z. minimaal 50% en maximaal 100%.

Voertuigen besteld na 1 januari 2026: niet meer aftrekbaar

Voertuigen zonder nuluitstoot gekocht vanaf 1 januari 2026

Vanaf 2026 worden de regels strenger. Voertuigen met benzine- of dieselmotor die vanaf 1 januari 2026 worden besteld, zijn namelijk niet meer aftrekbaar. Met andere woorden, de beroepskosten voor deze voertuigen kunnen niet langer fiscaal worden afgetrokken.

Voertuigen met nuluitstoot (elektrisch of op waterstof) gekocht vanaf 1 januari 2026

Elektrische bedrijfswagens zijn ook in 2026 een uitzondering, omdat ze dan nog steeds 100% aftrekbaar zijn.  Ze zullen echter geleidelijk worden belast vanaf 1 januari 2027.

In feite is het de bedoeling dat ook de aftrekbaarheid van deze wagens beetje bij beetje wordt verminderd.

Concreet is de aftrekbaarheid vastgesteld op:

  • 100% voor auto’s gekocht vanaf 2026
  • 95% voor auto’s gekocht vanaf 2027
  • 90% voor auto’s gekocht vanaf 2028
  • 82,5% voor auto’s gekocht vanaf 2029
  • 75% voor auto’s gekocht vanaf 2030
  • 67,5% voor auto’s gekocht vanaf 2031

Voertuigen die vóór 31 december 2026 worden gekocht, gehuurd of geleased, blijven 100% aftrekbaar in de daaropvolgende jaren.

Wat de vennootschapsbelasting betreft, blijft de hierboven beschreven regeling met betrekking tot de aftrek van autokosten ongewijzigd

De wet houdende diverse bepalingen voert een aantal wijzigingen in voor herlaadbare hybride voertuigen. De meeste van deze wijzigingen zijn echter alleen van toepassing op de personenbelasting.

Nieuw: verhoging van de maximale uitstoot voor 'valse hybrides’

Nieuwe definitie van 'valse hybrides’

Het enige punt waarop de regeling voor de vennootschapsbelasting wordt gewijzigd, betreft de definitie van de ‘valse’ hybrides.

In de praktijk wordt een onderscheid gemaakt tussen 'echte' en 'valse' hybrides. Voor deze laatste geldt een specifieke regel voor het berekenen van de CO₂-uitstoot in de formule voor belastingaftrek. Er wordt immers geen rekening gehouden met de werkelijke uitstoot van het voertuig, maar wel met die van een ‘overeenstemmend voertuig met een motor die uitsluitend werkt op dezelfde brandstof’. Als er geen gelijkwaardig model is, wordt de uitstoot van de ‘valse hybride’ vermenigvuldigd met 2,5.

Ter herinnering: ‘valse' hybrides zijn auto's met een brandstofmotor en een elektrische batterij, maar:

  • de batterij heeft een energiecapaciteit van minder dan 0,5 kWh/100 kg;
  • of de CO2-uitstoot bedraagt meer dan 75 gr/km.

De wet houdende diverse bepalingen heeft de grens voor het bepalen van een ‘valse hybride’ vanaf 1 januari 2025 verhoogd van 50 naar 75 gram CO₂ per kilometer voor voertuigen waarvan de uitstoot volgens de nieuwe Euro 6e-bis-norm wordt berekend.

Nieuwe Euro 6e-bis-norm

Sinds 1 januari 2025 moeten nieuwe plug-inhybrides die op de markt worden gebracht, voldoen aan een nieuwe, strengere norm voor het berekenen van de CO2-uitstoot: de Euro 6e-bis-norm. Dit komt omdat de CO2-uitstoot van de plug-inhybrides in werkelijkheid hoger is dan in theorie.

De Euro 6e-bis-norm geeft een realistischer beeld van de CO2-uitstoot. Naast laboratoriumtests moeten er nu ook RDE-tests (real driving emissions) worden uitgevoerd, waarbij de uitstoot in echte rijomstandigheden wordt gemeten. Vanaf 2026 moeten alle nieuw verkochte PHEV's aan deze norm voldoen, zelfs als hun model vóór 2025 is goedgekeurd.

Als gevolg hiervan zal de gemeten CO2-uitstoot van hybrides aanzienlijk toenemen. Daarom heeft de regering de drempel voor valse hybrides verhoogd tot 75 gr/km.

Hoe zit het met het voordeel alle aard?

Deze wijziging in de definitie van de ‘valse hybride’ is ook van toepassing op de berekening van het voordeel alle aard (VAA) dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van de ‘valse hybride’.

Ter herinnering: het VAA voor 'valse hybrides' wordt niet berekend op basis van de CO2-uitstoot van het voertuig in kwestie, maar op basis van de uitstoot van een ’overeenstemmend voertuig met een motor die uitsluitend dezelfde brandstof gebruikt’. Als er geen overeenstemmend voertuig is, dan moet de waarde van de CO2-uitstoot van de 'valse hybride' met 2,5 worden vermenigvuldigd.

Plug-inhybrides fiscaal aantrekkelijker voor zelfstandigen

De regering had aanvankelijk een nieuwe ‘aftrekbaarheidskalender’ voor plug-inhybrides aangekondigd om deze voertuigen opnieuw fiscaal aantrekkelijker te maken. De beperking van de aftrekbaarheid die eerder was voorzien, werd dus opgeschort, met als gevolg dat de hierboven beschreven overgangsperiode is verlengd.

Voor meer informatie:'Aangepaste aftrekregeling plug-inhybrides’

Deze maatregel werd uiteindelijk onverenigbaar geacht met de afspraken met de Europese Commissie. Als gevolg hiervan zal de nieuwe aftrekbaarheidskalender alleen van toepassing zijn op zelfstandigen (natuurlijke personen met een btw-nummer) die in de personenbelasting worden belast.

Wat met de brandstof- en elektriciteitskosten?

De wet houdende diverse bepalingen bepaalt dat de brandstofkosten voor oplaadbare hybride voertuigen die worden gekocht, gehuurd of geleased vanaf 1 januari 2026 niet langer aftrekbaar zijn als beroepskosten. De ondernemingen behouden echter de huidige afschrijvingsregeling (75% in 2025, 50% in 2026, 25% in 2027, 0% vanaf 2028).

Aan de andere kant blijft elektriciteit (oplaadkosten) op dezelfde manier aftrekbaar als de elektrische voertuigen (zie hoger), namelijk 100% in 2026.

Schematische voorstelling

Voertuigen besteld

tussen 1/1/2023 en 30/6/2023

tussen 1/07/2023 en 31/12/2025

tussen 1/01/2026 en 31/12/2026

vanaf 1/1/2027

 

 

 

Voertuigen met CO2-uitstoot (inclusief (P)HEV*)

Oude aftrekbaarheidsregeling:

Geleidelijk verminderde aftrekbaarheid (vanaf aanslagjaar 2026):

  • 75% in 2025
  • 50% in 2026
  • 25% in 2027
  • 0% in 2028

 

 

 

 

 

Geen recht meer op aftrekbaarheid

Voertuigen met nuluitstoot

100% aftrekbaar

Aftrekbaarheid geleidelijk verminderd

* Voor zelfstandigen (natuurlijke personen met een btw-nummer) die in de inkomstenbelasting worden belast, geldt echter een nieuwe aftrekbaarheidskalender.

Belasting op autokosten voor vzw's

Tot nu toe werden de autokosten niet belast voor vzw’s en andere entiteiten die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting. Dit verandert in 2026.

Vanaf 1 januari 2026 worden de autokosten namelijk ook belast in de rechtspersonenbelasting (met uitzondering van openbare instellingen) tegen een tarief van 25%. Deze maatregel vloeit voort uit de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit.

Het gaat om autokosten voor voertuigen die zijn gekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2026 (aanslagjaar 2027).

In de praktijk zal dezelfde aftrekbaarheidsregeling gelden als die van de vennootschapsbelasting. Voertuigen zonder nuluitstoot die worden besteld vanaf 1 januari 2026 zijn onmiddellijk voor 100% belastbaar. Terwijl voertuigen met nuluitstoot in 2026 nog 100% aftrekbaar blijven, worden ze vanaf 2027 geleidelijk belast (zoals hierboven uitgelegd).

De kosten die verband houden met voertuigen zonder CO2-uitstoot die vóór 31 december 2026 worden gekocht, geleased of gehuurd, blijven vrijgesteld in de daaropvolgende jaren.

Over welke kosten gaat het? 

De belasting is van toepassing op alle kosten die verband houden met personenwagens  (personenwagens, wagens voor dubbel gebruik, minibussen en ‘valse’ bedrijfsvoertuigen), met name:

  • de kosten van leasing en huur;
  • de brandstofkosten;
  • de verzekeringen;
  • de verkeersbelasting;
  • de kosten van onderhoud en reparaties;
  • de afschrijvingen;
  • de terugbetaling van autokosten (bijvoorbeeld de kilometervergoeding betaald aan werknemers). Dit geldt voor alle trajecten die werden afgelegd vanaf 1 januari 2026.

Hoe zit het met het voordeel van alle aard?

Deze maatregel heeft geen invloed op het voordeel van alle aard (VAA) voor de terbeschikkingstelling van een wagen. Het VAA blijft onderhevig aan de rechtspersonenbelasting (ten belope van 17% als er geen brandstofkaart, laadkaart of tussenkomst in de brandstofkosten is, of 40% in alle andere gevallen).

Wat wordt bedoeld met ‘aangekocht’?

Nu de nieuwe fiscale regels zijn vastgesteld, blijft één vraag over: hoe bewijs je dat een voertuig inderdaad is ‘aangekocht’ vóór de ingangsdatum van de nieuwe regels?

In dit verband heeft de fiscus verduidelijkt dat rekening wordt gehouden met de datum waarop de bestelbon wordt opgesteld en ondertekend door de verkoper en de belastingplichtige-koper van het voertuig of, als ze voor een leaseformule kiezen, de datum waarop de leaseovereenkomst wordt ondertekend door de verhuurder en de belastingplichtige-huurder.

Opgelet! Was u van plan zelf een wagen te bestellen, maar bent u van gedachten veranderd en hebt u uiteindelijk voor een leasingformule gekozen? Aangezien u het voertuig niet zelf hebt gekocht, is het niet de datum van ondertekening van de bestelbon, maar wel de datum waarop de leasecontract wordt gesloten waarmee rekening wordt gehouden om te bepalen welke fiscale regeling van toepassing is op de wagen.

De leveringsdatum heeft weinig belang

De leveringsdatum van het voertuig heeft dus geen invloed op de geldende sociale en fiscale regels. Bovendien heeft de wetgever geen maximale leveringsdatum vastgelegd voor de bestelde voertuigen. Een frauduleuze regeling waarbij vόόr 1 juli 2023 een bestelbon (of een leasingcontract) wordt ondertekend met een zeer late leverdatum, enkel om de sociale en belastingregels te omzeilen, kan een geschil met de fiscus als gevolg hebben.

Voorbeeld :

Peter koopt een voertuig met fossiele brandstof en ondertekent de bestelbon in juni 2023. Door de lange levertijden neemt hij het voertuig echter pas 6 maanden later in ontvangst, dus na 1 juli 2023. Dit voertuig wordt op basis van de bestelbon beschouwd als ‘aangekocht’ vóór 1 juli 2023, ook al is het op dat moment nog niet geleverd.

Hoe zit het met leasing als het contract wordt verlengd of de aankoopoptie na 1 juli 2023 wordt gelicht?

In een recente circulaire legde de fiscus uit dat de oude fiscale regeling van toepassing blijft voor voertuigen die vόόr 1 juli 2023 werden aangekocht, geleased of gehuurd. Dit zelfs als het bedrijf de in het leasing- of huurcontract opgenomen aankoopoptie pas na 1 juli 2023 licht. 

Hetzelfde geldt voor de verlenging van een leasing- of huurcontract wanneer hierin was voorzien in het oorspronkelijke contract (afgesloten vóór 1 juli 2023).

Het lichten van de aankoopoptie door het bedrijf en de verlenging van het contract worden niet als een nieuwe aankoop beschouwd. In dit geval is dus noch de geleidelijke vermindering van de fiscale aftrekbaarheid, noch de verhoging van de solidariteitsbijdrage van toepassing.

Let op! Zowel de koopoptie als de verlengingsoptie moeten zijn opgenomen in het leasing- of huurcontract dat vóór 1 juli 2023 is gesloten. Anders wordt de uitoefening van de koopoptie of de verlenging na 1 juli 2023 gelijkgesteld met een nieuw contract.

Op dezelfde manier is het zo dat, indien het huur- of leasecontract alleen de mogelijkheid voorzag van verlenging van het contract zonder er alle voorwaarden van vast te leggen (met inbegrip van de verlengingsduur, de nieuwe voorwaarden van het contract, de nieuwe prijs van de optie, enz.), de eventuele verlenging zal worden beschouwd als een nieuw contract.

Wat bij wijziging van het lease- of huurcontract?

In bovenvermelde circulaire neemt de fiscus ook een standpunt in over de datum die in aanmerking moet worden genomen bij wijziging van het lease- of huurcontract.

De fiscus bepaalt hierin dat elke wijziging van de oorspronkelijke voorwaarden van het huur- of leasecontract leidt tot een nieuwe contractdatum.

Hij voorziet echter een uitzondering op dit principe, in het geval de mogelijkheid van wijziging, en alle concrete voorwaarde voor de uitvoering van deze wijziging, reeds voorzien waren in het oorspronkelijke contract bij het sluiten van het huur- of leasecontract.

In dit geval kan de leasenemer of de huurder eenzijdig de voorwaarden van de wijziging activeren, die voorzien werden bij het sluiten van het contract, zonder dat een bijkomend akkoord tussen de partijen moet worden gesloten.

Voorbeeld :

Firma A draagt een bedrijfswagen en het leasecontract van deze wagen over op bedrijf B. Hiervoor stelt ze een aanhangsel bij het contract op waarin de nieuwe contractant wordt aangeduid. Tenzij deze wijziging in de oorspronkelijke leaseovereenkomst was opgenomen, wordt de datum van dit aanhangsel in aanmerking genomen voor de beperking van de aftrek.

Welke datum moet in aanmerking worden genomen voor tweedehands voertuigen?

Ook hier is het moment waarop de belastingplichtige het voertuig koopt, huurt of leaset bepalend voor de fiscaliteit. De datum van eerste inschrijving is dus niet van belang. Er wordt gekeken naar de datum waarop het voertuig wordt verkocht en/of opnieuw ingeschreven.

Een tweedehands voertuig dat werd gekocht in 2024 valt dus onder toepassing van de fiscale regeling die van kracht is voor 2024, ook indien dit voertuig initieel werd aangekocht vóór 2024.

Hoe zit dat met voertuigen die op korte termijn worden gehuurd?

Wat kortetermijnhuur betreft, heeft de fiscus bevestigd dat de datum van ondertekening van het huurcontract als besteldatum geldt, ongeacht de inschrijvingsdatum van het voertuig. De RSZ lijkt het standpunt van de fiscus op dat vlak te volgen.

Maar aangezien de nieuwe aftrekbaarheidsregeling pas op 1 januari 2026 (aanslagjaar) van kracht wordt, is ze voor de betrokken voertuigen in 2023 en 2024 nog niet van invloed op de verworpen uitgaven voor kortetermijnhuur van voertuigen.