De programmawet voert een algemene matiging van de vrijstellingen in, in de vorm van een correctiefactor die vanaf 2027 van toepassing is op alle fiscale vrijstellingen. Dit zal tot gevolg hebben dat de uiteindelijke vrijstelling waarvan de onderneming effectief kan genieten, wordt verminderd. Deze maatregel is inmiddels officieel.
Meer info: Fiscale vrijstellingen: invoering van een correctiefactor
Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in hoofde van de werkgever
Voor de werkgever bestaat het fiscaal gunstregime voor overuren uit een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.
Het voordeel bedraagt sinds 1 april 2007 [1]:
- 32,19% van het brutoloon aan 100% dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon, voor wat overuren betreft waarop een wettelijke overurentoeslag van 20% verschuldigd is
- 41,25% van het brutoloon aan 100% dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon, voor wat overuren betreft waarop een wettelijke overurentoeslag van 50% of 100% verschuldigd is [2]
Vermindering van bedrijfsvoorheffing voor de werknemer
Voor de werknemer bestaat het fiscaal gunstregime voor overuren uit een vermindering van bedrijfsvoorheffing ten belope van:
- 66,81% van het brutoloon aan 100% dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon, voor wat overuren betreft waarop een wettelijke overurentoeslag van 20% verschuldigd is
- 57,75% van het brutoloon aan 100% dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon, voor wat overuren betreft waarop een wettelijke overurentoeslag van 50% of 100% verschuldigd is [3]
De berekeningsgrondslag voor de overwerktoeslag omvat alle overuren, d.w.z. ook de uren die niet uitbetaald worden, maar worden omgezet in inhaalrust [4].
Schematisch
|
Wettelijk overloon van toepassing op de gepresteerde overuren |
% vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing - |
% vermindering bedrijfsvoorheffing - |
|
20% |
32,19% |
66,81% |
|
50% of 100% |
41,25% |
57,75% |
Voorbeeld
Werknemer A heeft een bruto bezoldiging van 3.200,00 euro zonder overuren (zie linker kolom). Werknemer B daarentegen verdient ook 3.200 euro bruto (zie rechter kolom), met dat verschil dat in deze 3.200 euro reeds 10 overuren à 150% vervat zijn (+/- bruto uurloon van 18,825 euro). Beiden zijn gehuwd, hun vrouw heeft inkomsten en zij hebben geen kinderen ten laste.
|
|
WN A zonder vermindering |
WN B met vermindering |
|
Bruto |
3 200 |
3 200 |
|
RSZ-bijdragen |
-418,24 |
-418,24 |
|
Belastbaar |
2 781,76 |
2 781,76 |
|
Bedrijfsvoorheffing (BV) |
- 501,60 |
-501,60 |
|
Vermindering overuren ((57,75% x (10u x 18,825 €)) |
/ |
108,71 |
|
Bijz.soc.zek. bijdrage |
-29,71 |
-29,71 |
|
Netto |
2 250,45 |
2 359,16 |
|
|
Zonder vrijstelling |
Met vrijstelling |
|
Ingehouden BV |
501,60 |
392,89 |
|
Vrijstelling doorstorting BV ((41,25% x (10 u x 18,825 €)) |
/ |
-77,65 |
|
BV door te storten |
501,60 |
315,24 |
[1] Oorspronkelijk bedroeg de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing 24,75% van het bruto bedrag van de bezoldigingen dat als berekeningsbasis gediend heeft voor de overwerktoeslag.
[2] Art . 95/1 KB tot uitvoering van het WIB 1992.
[3] Art. 63/19 KB tot uitvoering van het WIB 1992
[4] Circulaire nr. Ci.RH.244/603.128 dd 15 juni 2010.