Inloggen
Service & Contact Securex.be
Inloggen

Jobstudent fiscaal ten laste: zo vermijd je verrassingen

Het jaarplafond voor studentenarbeid werd voor 2023 en 2024 verhoogd van 475 naar 600 uren. Maar het grensbedrag dat een kind mag verdienen om fiscaal ten laste te blijven, werd niet aangepast. Studenten die veel studentenarbeid verrichten, zullen daarom vaak niet meer als kinderen ten laste worden beschouwd. Zelfs als ze hoogstens 600 uren werken.

19 juli 2023

Zeker in sectoren waar studenten een hoog uurloon ontvangen, wordt het extra opletten.

Verhoging jaarplafond studentenarbeid

Sinds 1 januari 2023 en dit tot en met 31 december 2024 is het jaarplafond voor studentenarbeid verhoogd van 475 naar 600 uren. Onder die grens genieten de werkgever en de student van verminderde RSZ-bijdragen en van een vrijstelling van bedrijfsvoorheffing.

Lees meer: ‘600 uur studentenarbeid in 2023 en 2024’

Geen verhoging grensbedrag nettobestaansmiddelen

Jobstudenten blijven fiscaal ten laste van hun ouders als ze aan enkele voorwaarden voldoen. Eén van die voorwaarden is dat de jobstudent slechts beperkte inkomsten mag hebben.

De zogenaamde ‘nettobestaansmiddelen’ van de student mogen voor 2023 maximaal 3.820 euro bedragen, na aftrek van een forfaitair kostenpercentage van 20%. Dat bedrag wordt verhoogd tot 5.520 euro voor kinderen van een alleenstaande ouder.

Bovendien worden de eerste 3.190 euro aan bezoldigingen uit studentenarbeid niet in aanmerking genomen. Je kan de bedragen raadplegen in onze Fiscolist.

Concreet: een jobstudent die inwoont bij beide ouders, mag in 2023 maximaal 7.965 euro verdienen om fiscaal ten laste te kunnen blijven.

De grensbedragen werden niet aangepast aan de verhoging van het jaarplafond voor studentenarbeid van 475 naar 600 uren. Het maximumbedrag dat jobstudenten mogen verdienen om ten laste te kunnen blijven van hun ouders, is dus gelijk gebleven.

Lees meer: ‘Blijven jobstudenten fiscaal ten laste?’

Grensbedrag sneller bereikt in sommige sectoren

Bovendien zal het grensbedrag aan nettobestaansmiddelen in bepaalde sectoren sneller overschreden  worden dan in andere sectoren. Dat is onder meer zo in de bouwsector.

In de bouwsector werden vanaf 1 juli 2023 de studentenlonen van 10,407 euro per uur afgeschaft en moeten studenten voortaan minimum 17,157 euro per uur verdienen. Dit is het barema van categorie 1.

Lees meer: ‘Een akkoord in de bouwsector (PC 124): koopkrachtpremie voor bedrijven met winst - studentenlonen worden opgetrokken’

Studenten in de bouwsector zullen bijgevolg voortaan het grensbedrag aan nettobestaansmiddelen sneller bereiken bij het presteren van een gelijk aantal uren. Om te weten of dit ook voor jouw studenten een probleem is, ga je best na hoeveel de studentenlonen in jouw sector bedragen.

Wat kan je doen als werkgever?

Als je jobstudenten in dienst neemt, is het belangrijk om rekening te houden met het grensbedrag aan nettobestaansmiddelen. We adviseren je om de jobstudent tijdig te informeren over een eventuele overschrijding van dit bedrag en de fiscale implicaties hiervan.

Het probleem stelt zich vooral bij studentencontracten die langer dan 1 maand duren en wanneer de student bij meerdere werkgevers zou werken.

Dat advies geldt ook als de student het jaarplafond van 600 uren studentenarbeid niet overschrijdt. In bepaalde sectoren waar het uurloon voor studenten werd verhoogd, zal de overschrijding van de nettobestaansmiddelen nog sneller plaatsvinden.

Onze tip

Komt de overschrijding van de nettobestaansmiddelen in zicht? Dan kan je overwegen om de arbeidsovereenkomst met de student in onderling overleg te ontbinden of in te korten.

Wat doet Securex voor jou?

Securex Consulting begeleidt werkgevers van A tot Z bij het berekenen van het jaarplafond voor studentenarbeid en de fiscale gevolgen implicaties op het voordeel voor kinderen ten laste voor de ouders van de jobstudent.

Wens je meer informatie, contacteer ons via salaryoptimization@securex.be

Bronnen

  • Koninklijk besluit van 19 december 2022 tot wijziging van artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, Belgisch Staatsblad van 27 december 2022, tweede editie
Fiscaal nieuws