Er bestaan twee soorten afwijkingen. De forfaitaire raming is opgelegd door:
- Een bijzondere sociale of economische regelgeving
- Een koninklijk besluit
Eerste categorie: een bijzondere sociale of economische regelgeving
Dit zijn de voordelen waarvan de belastbare waarde bepaald wordt door een specifieke sociale of economische regelgeving [1].
Voorbeeld: de aandelenopties
Het voordeel van alle aard voortvloeiend uit de toekenning van een optie op de aankoop van aandelen valt onder een bijzondere wet [2]. Diezelfde wetgeving regelt ook de (forfaitaire) raming van het voordeel gekoppeld aan de toekenning van de aankoopoptie.
Tweede categorie: een koninklijk besluit
Bij gebreke van een specifieke regelgeving worden sommige voordelen forfaitair geraamd krachtens een koninklijk besluit [3]. Het zijn de voordelen van alle aard die het vaakst toegekend worden.
Om welke voordelen gaat het?
Ze worden hierna opgesomd:
- Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet
- Kosteloze beschikking over onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen;
- Kosteloze beschikking over één enkele kamer
- Kosteloze verstrekking van verwarming en van elektriciteit gebruikt tot andere doeleinden dan verwarming
- Kosteloze beschikking over dienstboden, huispersoneel, hoveniers, chauffeurs, …
- Voordelen verkregen door het huispersoneel
- Kosteloze verstrekking van voeding aan zeelieden en aan bouwvakarbeiders wegens de verwijdering van de werf
- Kosteloze verstrekking van sociale maaltijden
- Persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig
- Persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC of internetaansluiting
Welke impact heeft een financiële tussenkomst van de verkrijger?
Wanneer de verkrijger volledig of gedeeltelijk financieel bijdraagt [4] om het voordeel te verkrijgen, dan wordt het forfaitair geraamde bedrag met deze bijdrage verminderd.
Zie in dit verband eveneens: "Hoe moet de eigen bijdrage van de werknemer in het voordeel van alle aard worden berekend?"
Bovenmatige voordelen van alle aard bestraft
Vanaf inkomstenjaar 2026[5] wordt het fiscaal minder interessant om een groot deel van de verloning toe te kennen via voordelen van alle aard. Het totaal van de forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard mag voortaan niet meer bedragen dan 20% van de bezoldiging van werknemers of bedrijfsleiders. Voordelen die worden belast op basis van hun werkelijke waarde, vallen buiten het toepassingsgebied van deze maatregel.
Deze nieuwe grens moet voorkomen dat verloningspakketten te sterk steunen op fiscaal gunstig gewaardeerde voordelen van alle aard. De wetgever wil dat de verloning in hoofdzaak uit loon bestaat.
Bij overschrijding kunnen fiscale sancties volgen.
Wanneer is een voordeel van alle aard bovenmatig?
Er is sprake van een bovenmatige toekenning wanneer de forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard tijdens een belastbaar tijdperk meer dan 20% bedragen van de totale belastbare bezoldigingen van de werknemers respectievelijk bedrijfsleiders.
- Voor werknemers wordt de grens beoordeeld aan de hand van de belastbare bezoldigingen vermeld op de fiscale fiche 281.10
- Voor bedrijfsleiders gebeurt dit op basis van de belastbare bezoldigingen vermeld op de fiscale fiche 281.20
De 20%-grens wordt afzonderlijk beoordeeld voor de categorie van werknemers enerzijds en voor de categorie van bedrijfsleiders anderzijds. Een overschrijding binnen de categorie van bedrijfsleiders kan dus niet worden gecompenseerd door een lager percentage aan voordelen van alle aard binnen de categorie van werknemers, en omgekeerd.
Welke sancties gelden?
Voor bovenmatige forfaitaire voordelen die aan werknemers worden toegekend, geldt een afzonderlijke heffing van 7,5% ten laste van de werkgever of de vennootschap.
Voor bovenmatige forfaitaire voordelen die aan bedrijfsleiders worden toegekend, kan de vennootschap het voordeel van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting verliezen.
[1] Art. 18, § 2 KB/WIB 92.
[2] Het gaat om het begrip reglementering in ruime zin, dat wil zeggen alle wettelijke of reglementaire maatregelen die een materie regelen. Bijvoorbeeld het stelsel van de aandelenopties is geregeld door de programmawet van 26 maart 1999.
[3] Art 18 § 3 van het KB/ WIB 1992.
[4] Art. 18 § 4 van het WIB 92.
[5] Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting,Belgisch Staatsblad 29 juli 2026