2 verschillende regels
Hoewel de invoering van het eenheidsstatuut als doel had om voor alle werknemers dezelfde opzegregels te voorzien, is de wetgeving daar slechts gedeeltelijk in geslaagd. Omwille van de overgangsbepalingen voor de werknemers die reeds in dienst waren voor de invoering van het eenheidsstatuut, bestaan er momenteel immers nog steeds 2 verschillende opzegregels.
Het antwoord op de vraag welke opzegtermijn u moet betekenen, zal dus afhangen van de categorie waaronder uw werknemer valt:
Nieuw vanaf 1 juni 2026
Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering, zoals tussen de partijen overeengekomen, aanvangt vanaf 1 juni 2026, wordt de door de werkgever na te leven opzeggingstermijn geplafonneerd op 52 weken wanneer de werknemer 17 jaar anciënniteit of meer heeft.
Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering vóór 1 juni 2026 is begonnen, blijven de vorige regels van toepassing.
Voor meer informatie, raadpleeg onze fiche over de opzeggingstermijnen die gelden bij ontslag door de werkgever.
Nieuw vanaf 1 augustus 2026
Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering, zoals tussen de partijen overeengekomen, aanvangt vanaf 1 augustus 2026, wordt de door de werkgever en werknemer na te leven opzeggingstermijn gedurende de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst vastgelegd op 1 week.
Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering vóór 1 augustus 2026 is begonnen, blijven de vorige regels van toepassing.
Voor meer informatie, raadpleeg onze fiche over de opzeggingstermijnen die gelden bij ontslag door de werkgever.
1 criterium: anciënniteit
Sinds 1 januari 2014 wordt om de opzegtermijn te bepalen, enkel nog gekeken naar de anciënniteit die de werknemer in de onderneming heeft. Men moet hierbij rekening houden met de anciënniteit die de werknemer zal hebben op het moment dat de opzegtermijn ingaat.
Tewerkstelling als werknemer
Onder anciënniteit wordt verstaan de periodes gedurende dewelke de werknemer ononderbroken in dienst is gebleven bij dezelfde onderneming [1] en dit ongeacht zijn statuut. Het feit dat de werknemer achtereenvolgens het statuut van arbeider en daarna van bediende bij diezelfde werkgever gehad heeft, speelt hier dus geen enkele rol. Zelfs indien een eerste arbeidsovereenkomst correct beëindigd wordt, zal de anciënniteit blijven doorlopen indien onmiddellijk na de eerste overeenkomst een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten wordt.
Tewerkstelling als uitzendkracht
Daarnaast komen ook de periodes waarin de werknemer als uitzendkracht bij de werkgever tewerkgesteld was in aanmerking. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat elke periode van inactiviteit van 7 dagen of minder eveneens beschouwd wordt als een periode van uitzendarbeid.
Er moet echter enkel rekening gehouden met de periodes van uitzendarbeid indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:
- De aanwerving als vaste werknemer volgt onmiddellijk op de periode van uitzendarbeid [2]
- De functie die de werknemer uitoefent, is identiek aan de functie die hij als uitzendkracht uitoefende
- De opzeg wordt gegeven door de werkgever
De periodes van uitzendarbeid worden voor maximum één jaar meegeteld in de anciënniteit van de werknemer.
Voorbeeld
Een uitzendkracht werkt gedurende een half jaar bij werkgever X met weekcontracten. Een week nadat hij zijn laatste prestatie als uitzendkracht verrichtte, wordt hij door de werkgever aangeworven met een vast contract. Indien de werkgever deze werknemer nadien wenst op te zeggen, moet hij rekening houden met een bijkomende anciënniteit van 6 maanden en een week. De weekends tussen elk contract en de week tussen de laatste tewerkstelling als uitzendkracht en de aanwerving als vaste werknemer worden immers als periodes van uitzendarbeid beschouwd.
Begint het vast contract echter pas 8 dagen na de laatste tewerkstelling als uitzendkracht, dan zal de anciënniteit die als uitzendkracht werd opgebouwd, niet meetellen.
[1] Onder onderneming wordt de economische exploitatie-eenheid verstaan. Om te bepalen of verschillende werkgevers samen een economische exploitatie-eenheid vormen, wordt rekening gehouden met de volgende criteria: zelfde of soortgelijke activiteiten, de juridische band tussen de werkgevers en de ononderbroken tewerkstelling. Het gaat hier om een feitenkwestie waarbij de rechters de verschillende elementen zullen afwegen.
[2] Wanneer er een onderbreking van maximum 7 dagen is tussen de tewerkstelling als uitzendkracht en de aanwerving als werknemer wordt aangenomen dat de aanwerving onmiddellijk volgt op de periode van uitzendarbeid, aangezien inactiviteitsperiodes van een week of minder beschouwd worden als periodes van uitzendarbeid.