Inloggen
Service & Contact Securex.be
Inloggen

Opzeg door de werkgever - Werknemers in dienst vanaf 1 januari 2014

De opzegtermijn waarop een werknemer, ongeacht zijn statuut en ongeacht zijn jaarloon, aanspraak kan maken, wordt opgebouwd in 4 fases.

Laatst bijgewerkt op 15 juni 2026

Begrip

Werknemers in dienst vanaf 1 januari 2014 zijn werknemers van wie de (laatste) arbeidsovereenkomst ten vroegste aanving op 1 januari 2014. Het maakt hierbij niet uit of de werknemer voordien ook al een arbeidsovereenkomst met dezelfde werkgever had of niet [1].

Voorbeeld

Een werkgever en een werknemer waren verbonden door een contract van bepaalde duur van 1 jaar dat liep van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014. Op 1 december 2014 kreeg de werknemer een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Wanneer deze arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur zal worden beëindigd, moeten de "nieuwe" opzegtermijnen, zoals van toepassing sinds 1 januari 2014, worden toegepast, maar wel rekening houdend met de anciënniteit verworven vanaf 1 december 2013 [2]. Er moet in dit geval dus geen dubbele telling gebeuren!

De opzegtermijnen

Arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering is gestart vóór 1 juni 2026

De opzegtermijn waarop een werknemer, ongeacht zijn statuut en ongeacht zijn jaarloon, aanspraak kan maken, wordt opgebouwd in 4 fases [3]:

  • Tijdens de eerste 5 jaar tewerkstelling: progressieve opbouw
  • Vanaf het 5de jaar anciënniteit: 3 weken per begonnen jaar anciënniteit
  • Vanaf 20 jaar anciënniteit: 2 weken per begonnen jaar anciënniteit (scharnierjaar)
  • Vanaf 21 jaar anciënniteit: 1 week per begonnen jaar anciënniteit

We hebben deze regels voor u in een handige overzichtstabel gegoten:

Anciënniteit

Opzeg
werkgever

Anciënniteit

Opzeg
werkgever

Anciënniteit

Opzeg
werkgever

0 tot < 3 m

1 week

7 jaar

24 weken

22 jaar

64 weken

3 tot < 4 m

3 weken
(of 1 week [4])

8 jaar

27 weken

23 jaar

65 weken

4 tot < 5 m

4 weken
(of 1 week [4])

9 jaar

30 weken

24 jaar

66 weken

5 tot < 6 m

5 weken
(of 1 week [4])

10 jaar

33 weken

25 jaar

67 weken

6 tot < 9 m

6 weken

11 jaar

36 weken

26 jaar

68 weken

9 tot

7 weken

12 jaar

39 weken

27 jaar

69 weken

12 tot < 15 m

8 weken

13 jaar

42 weken

28 jaar

70 weken

15 tot < 18 m

9 weken

14 jaar

45 weken

29 jaar

71 weken

18 tot < 21 m

10 weken

15 jaar

48 weken

30 jaar

72 weken

21 tot < 24 m

11 weken

16 jaar

51 weken

31 jaar

73 weken

2 jaar

12 weken

17 jaar

54 weken

32 jaar

74 weken

3 jaar

13 weken

18 jaar

57 weken

33 jaar

75 weken

4 jaar

15 weken

19 jaar

60 weken

34 jaar

76 weken

5 jaar

18 weken

20 jaar

62 weken

35 jaar

77 weken

6 jaar

21 weken

21 jaar

63 weken

36 jaar

78 weken

Voorbeeld

Een werknemer is in dienst getreden op 1 januari 2016. Hij wordt ontslagen mits prestatie van een opzegtermijn die inging op maandag 4 januari 2021. De werknemer heeft op dat moment een anciënniteit van 5 jaar. De aan hem te betekenen opzegtermijn bedraagt 18 weken.

Arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering aanvangt vanaf 1 juni 2026

Sinds 1 juni 2026 geldt een bijzondere regel voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering vanaf deze datum aanvangt.

Voor deze overeenkomsten wordt de door de werkgever na te leven opzeggingstermijn beperkt tot 52 weken wanneer de werknemer 17 jaar anciënniteit bereikt.

De opzeggingstermijn stijgt dus niet langer boven deze anciënniteit.

Deze beperking is niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering is gestart vóór 1 juni 2026.

Anciënniteit
Opzeggingstermijn
Minder dan 17 jaar 
Toepassing van de algemene tabel (zie hierboven)
17 jaar en meer
52 weken

Voorbeeld

Een werknemer wordt aangeworven op 1 juli 2026.

Op 15 september 2046 beslist zijn werkgever om hem te ontslaan. Op het ogenblik dat de opzeggingstermijn aanvangt, heeft de werknemer meer dan 20 jaar anciënniteit.

Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering is gestart vóór 1 juni 2026 kan een werknemer met meer dan 20 jaar anciënniteit recht hebben op een opzeggingstermijn van 62 weken.

In dit voorbeeld is de arbeidsovereenkomst echter gestart na 1 juni 2026. De door de werkgever na te leven opzeggingstermijn is dus beperkt tot 52 weken, ondanks een anciënniteit van meer dan 20 jaar.

Arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering aanvangt vanaf 1 augustus 2026

Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering, zoals tussen de partijen overeengekomen, aanvangt vanaf 1 augustus 2026, wordt de door de werkgever (en werknemer) na te leven opzeggingstermijn gedurende de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst vastgelegd op 1 week.

Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering vóór 1 augustus 2026 is begonnen, blijven de vorige regels van toepassing.

[1] Dit kan eventueel wel van belang zijn voor het bepalen van de anciënniteit van de werknemer. Lees hiervoor de vorige vraag.

[2] Omdat er geen onderbreking is tussen de beide arbeidsovereenkomsten loopt de anciënniteit gewoon door.

[3] De wet stelt uitdrukkelijk dat de paritaire (sub)comités geen afwijkende opzegtermijnen kunnen bedingen. Op bedrijfsvlak kan er wel over de opzegtermijnen onderhandeld worden, maar wel rekening houdend met artikel 6 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 dat stelt dat de rechten van de werknemer niet ingekort mogen worden en zijn verplichtingen niet verzwaard.

[4] Indien de uitvoering van de arbeidsovereenkomst aanving vanaf 1 augustus 2026.