Inloggen
Service & Contact Securex.be
Inloggen

Welke werknemers komen in aanmerking voor de doelgroepvermindering?

De oudere werknemers kunnen het recht openen op de vermindering indien ze aan een aantal voorwaarden voldoen.

Laatst bijgewerkt op 26 maart 2026

Principe

  • Aan alle basistakken van de sociale zekerheid onderworpen zijn (geneeskundige verzorging en uitkeringen, werkloosheid, pensioen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, gezinsbijslag en jaarlijkse vakantie)
  • Behoren tot categorie 1 (restcategorie) zoals voorzien in de reglementering van de structurele lastenverlaging (zie verder)
  • Op de laatste dag van het kwartaal minstens 61 jaar oud zijn [1]
  • Op de laatste dag van het kwartaal maximaal 66 jaar oud zijn
  • Een kwartaalloon hebben van minder dan 8.323,20 euro [2]
  • Verbonden zijn aan een vestigingseenheid gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Statuut van de werknemer

Het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, ...), de aard en duur van de arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur, bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...) en het werkrooster (voltijds of deeltijds) zijn in principe niet belangrijk.

Indien de werknemer echter tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen vermindering toegekend worden. Deze minimumgrens geldt echter niet voor bepaalde werknemers. Deze werknemers zullen met andere woorden toch de doelgroepvermindering kunnen genieten, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.

Uitsluitingen

Vier types werknemers geven geen recht op de doelgroepvermindering.

De werknemers uit een ander gewest

De werknemers verbonden aan een vestigingseenheid gelegen in het Vlaamse of het Waalse Gewest komen niet voor deze doelgroepvermindering in aanmerking. Ze kunnen eventueel wel het recht openen op een gelijkaardige doelgroepvermindering uit een ander gewest.

De werknemers in bepaalde activiteitensectoren

De categorieën 2 en 3 zoals voorzien in de reglementering van de structurele lastenverlaging komen niet voor deze doelgroepvermindering in aanmerking.

De niet aan de sociale zekerheid onderworpen werknemers

In de privésector kunnen de volgende werknemers geen recht geven op de doelgroepvermindering geven vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn:

  • De werknemers die bepaalde prestaties verrichten in de socio-culturele sector op voorwaarde dat deze prestaties beperkt blijven tot 25 werkdagen per kalenderjaar bij één of meer werkgevers
  • De werknemers die enkel op de dag van een sportmanifestatie worden tewerkgesteld door de organisatoren voor zover deze prestaties beperkt blijven tot 25 dagen per kalenderjaar bij één of meer werkgevers
  • De arbeiders tewerkgesteld bij het aanleggen van hopplanten, het plukken van hop en tabak en het kuisen en sorteren van teenwilgen
  • De vrijwilligers van wie de vergoeding een bepaald bedrag niet overschrijdt

De werknemers die gedeeltelijk aan de sociale zekerheid onderworpen zijn

In de privésector kunnen de volgende personen geen recht geven op de doelgroepvermindering vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan alle basistakken van de sociale zekerheid onderworpen zijn:

  • De geneesheren in opleiding tot geneesheer-specialist
  • De betaalde sportbeoefenaars
  • De gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouwsector
  • De mannen en vrouwen die instaan voor kinderopvang
  • Sommige beursstudenten
  • De werknemers die arbeidsprestaties in het raam van een PWA-overeenkomst verrichten
  • Het academisch personeel van het vrij universitair onderwijs
  • Het personeel van het vrij niet universitair onderwijs dat een weddetoelage ontvangt
  • Het personeel tewerkgesteld door een dienst voor school- of beroepsopleiding of een PMS-centrum dat een weddetoelage ontvangt

In de overheidssector zijn de meeste ambtenaren en contractuele werknemers niet onderworpen aan alle socialezekerheidsstelsels. Zij komen dus evenmin in aanmerking voor de vermindering.

[1] Vóór 1 juli 2024 moest de werknemer de leeftijd van 57 jaar bereikt hebben. De nieuwe leeftijdsvoorwaarde (61 jaar) is ook van toepassing op de reeds lopende verminderingen vóór deze datum.

[2] Loonplafond vanaf het 1 januari 2026. Voor vierde kwartaal bedraagt dit loonplafond 11.097,60 euro. Voor uitzendkrachten eveneens 11.097,60 euro maar dan voor het 1ste kwartaal.