Situatie vóór 1 januari 2022
Vóór 1 januari 2022 werden de socialezekerheidsbijdragen voor betaalde sportbeoefenaars (inclusief professionele wielrenners) berekend op basis van een geplafonneerd forfaitair bedrag (€ 2.474,22 per maand sinds 1 september 2021), en niet op basis van hun werkelijke bezoldiging.
In de praktijk werden de bijdragen als volgt berekend:
|
Maandelijkse bezoldiging |
Basis voor het berekenen van de bijdragen |
|
Werkelijke bezoldiging ≥ € 2.474,22 |
€ 2.474,22 (geplafonneerd bedrag) |
|
Werkelijke bezoldiging < € 2.474,22 |
Werkelijk bezoldigingsbedrag |
Huidige situatie (sinds 1 januari 2022)
De Programmawet van 27 december 2021 nam vanaf 1 januari 2022 betaalde sportbeoefenaars op in het algemene socialezekerheidsstelsel voor werknemers.
Sinds die datum worden socialezekerheidsbijdragen voor betaalde sportbeoefenaars berekend over hun werkelijke bruto maandsalaris en niet langer over een geplafonneerd forfaitair bedrag.
Bovendien zijn betaalde sportbeoefenaars nu volledig opgenomen in alle takken van de sociale zekerheid voor werknemers in loondienst. Dat houdt het volgende in:
- Sportbeoefenaars vallen nu onder de wetgeving inzake jaarlijkse vakantie: recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon en dubbel vakantiegeld (LINK)
- Opname van sportbeoefenaars in de loonmatigingsbijdrage
- Toepassing van de wetgeving inzake arbeidsongevallen voor sportbeoefenaars, behalve voor eliterenners met een contract