Hoe lang mag mijn werknemer afwezig zijn?
Dit wordt geregeld door het Koninklijk besluit van 28 augustus 1963. Volgens dit KB mag een werknemer afwezig zijn voor de tijd die nodig is om deel te nemen aan een jury, als getuige voor de rechtbank te verschijnen of persoonlijk te verschijnen op verzoek van de arbeidsrechtbank, met een maximum van vijf dagen.
Lees meer: "Deelneming aan een jury, oproeping als getuige of persoonlijke verschijning"
Wat als het proces langer dan vijf dagen duurt?
De eerste vijfdagen worden gelijkgesteld met een periode van klein verlet, maar in de meeste zaken duurt het proces langer dan vijf dagen. De volgende dagen (vanaf de zesde dag) worden dan beschouwd als een periode van overmacht.
Deze afwezigheid van vijf dagen of meer wordt gelijkgesteld met effectief gewerkte dagen die recht geven op jaarlijkse vakantie.
Wie zal dat betalen?
Eerste vijf dagen klein verlet
Je betaalt als werkgever voor de eerste vijf dagen, zoals bij andere vormen van klein verlet, het gewone loon van de werknemer.
Voor de volgende dagen
Je kan na dag vijf het loon van jouw werknemer doorbetalen, maar dat is niet verplicht. Betaal je na de vijfde dag afwezigheid het loon verder uit, dan kan je hiervoor een vergoeding vragen aan de FOD Justitie.
Om te voorkomen dat je werknemer zonder inkomen valt, betaal je het loon best verder uit en vraag je nadien de terugbetaling aan. Bezorg daarvoor de vereiste bewijsstukken, zoals de loonfiche en het aanwezigheidsattest, aan de bevoegde dienst.
Onze tip: Vraag tijdig de terugbetaling aan en bezorg alle vereiste documenten correct ingevuld. Een volledig en correct ingediend dossier verhoogt de kans op een terugbetaling binnen vijf dagen.
Waaruit bestaat deze vergoeding?
Deze vergoeding is gelijk is aan het bruto dagloon, de bijdragen die je aan de RSZ hebt betaald, het vakantiegeld en de eindejaarspremie die hierop betrekking hebben.
De extralegale voordelen van de werknemer worden niet in rekening gebracht.
De dagvergoeding wordt als volgt berekend :
- Ofwel op basis van 1/20 van het maandloon
- Ofwel op basis van 8 maal het bruto uurloon
Naast het eventuele loon waarop de werknemer recht heeft, ontvangt een jurylid ook vergoedingen voor de verplaatsingskosten en voor de oproeping en deelname aan de assisenjury. Deze vergoedingen moeten worden aangevraagd bij de voorzitter van het hof van assisen en komen boven op het loon.
Kan ik aan mijn werknemer vragen om niet in de jury te zetelen?
Neen, dat kan niet. Je mag je werknemer niet verhinderen om zijn burgerplichten te vervullen.
Bepaalde juryleden kunnen wel van hun plicht ontheven worden, maar er moeten dan wel een voldoende reden zijn waarom de persoon niet kan zetelen (bijvoorbeeld bedrijfsleider van een kleine onderneming waardoor de activiteit voornamelijk op zijn schouders rust, een echtgenote die op het punt staat te bevallen, een zwaar ziek familielid dat verzorging vereist, …).
Een werkgever mag zijn werknemer dus niet verbieden zijn plicht te vervullen maar als de bedrijfswerking het vereist, dan kan hij aan de werknemer een attest afleveren waarin staat dat de aanwezigheid van zijn werknemer in het bedrijf in die periode onontbeerlijk is. Het laatste woord is evenwel aan de voorzitter van het assisenhof.
Wat doet Securex?
Nog vragen over zetelen in een jury of andere vormen van klein verlet? Contacteer jouw Securex Legal Advisor via myHrR@securex.be
Bronnen
- 28 AUGUSTUS 1963. - Koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van werknemers voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten
- U bent opgeroepen als jurylid bij het hof van assisen | Federale Overheidsdienst Justitie