Inloggen
Service & Contact e-Shop Securex.be
Inloggen

Hervorming van het auteursrecht: de wet werd gepubliceerd

De minister van Financiën wil al lang de auteursrechtenregeling hervormen. Dat is nu gebeurd. De wet met de bepalingen van de nieuwe auteursrechtenregeling is gepubliceerd. Deze maatregelen zijn op 1 januari 2023 in werking getreden.

24 januari 2023

Een voordelige belastingregeling

Onder voorbehoud van bepaalde voorwaarden  genieten de inkomsten uit de vergoeding voor de overdracht of het in licentie geven van auteursrechten of naburige rechten een voordelige belastingregeling. Ze worden namelijk belast als roerende inkomsten tot een maximumbedrag van 70.220 euro (bedrag voor het inkomstenjaar 2023). Bijgevolg worden ze niet onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing maar aan de roerende voorheffing, tegen een voordelig tarief van 15%, na aftrek van de werkelijke en forfaitaire kosten.

Boven dat plafond van 70.220 euro worden auteursrechten beschouwd als beroepsinkomsten, die worden belast volgens het algemene progressieve tarief.

Bovendien wordt het tarief van 15% verder verlaagd door de toepassing van forfaitaire kosten, met name:

  • 50% voor inkomsten tot 17.090 euro
  • 25% voor inkomsten tussen 17.090 en 34.170 euro
  • 0% voor inkomsten boven 34.170 euro

Concreet zullen de eerste 17.090 euro die de auteur in de loop van het jaar ontvangt dus belast worden tegen een tarief van slechts 7,5%.

Beperking van het toepassingsgebied

De oude auteursrechtenregeling bevatte geen bijzondere voorwaarden voor de verkrijgers van de betrokken inkomsten. De voorbije jaren konden we vaststellen dat steeds meer sectoren een beroep deden op de fiscale regeling van auteursrechten: schrijvers, softwareontwikkelaars, architecten, marketingspecialisten, fotografen en advocaten.

De wetgever wilde de toepassing van de voordelige belastingregeling beperken tot belastingplichtigen die van nature zijn blootgesteld aan de onvoorziene risico's en de onzekerheid die eigen zijn aan creatie- en prestatieactiviteiten van artistieke aard.

Over welke verkrijgers gaat het?

Voortaan genieten alleen houders van een kunstwerkattest nog van de voorkeursregeling als roerende inkomstern.

Heeft de auteur van een beschermd werk dat attest niet, dan moet hij de rechten, in het kader van de overdracht of de verlening van een licentie, overdragen of in licentie geven aa een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie.

Voorbeeld

Marie is journalist en heeft geen kunstwerkattest. Zij moet dus aantonen dat haar werk bestemd is om te worden gedeeld met een publiek of bestemd is voor een openbare uitvoering om aanspraak te maken op de voordelige auteursrechtenregeling.

Journalisten blijven in aanmerking komen voor auteursrechten, maar per geval moet worden bekeken of ze voldoen aan de voorwaarden van de nieuwe regeling.

In deze tweede situatie is de overdracht van de rechten door de rechthebbende met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten dus niet voldoende. Bovendien moet de “overdracht” van auteursrechten of naburige rechten nu gebeuren door de “oorspronkelijke rechthebbende, zijn erfgenamen of legatarissen".

Deze aanpassingen leiden echter niet tot een wijziging in de toegang tot de regeling volgens het uitgeoefende beroep.

De oorspronkelijk bedoeling van de minister van Financiën was om het toepassingsgebied van de auteursrechtenregeling drastisch te beperken en bepaalde beroepen zoals softwareontwikkelaars uit te sluiten. Hoewel uiteindelijk geen enkele sector expliciet wordt uitgesloten uit de nieuwe regeling werd het toepassingsgebied ervan wel sterk beperkt. Het systeem zal bijgevolg verdwijnen voor een groot aantal beroepen. Voor hen geldt evenwel een overgangsperiode van een jaar vóór de hervorming volledig van kracht wordt.

Over welke inkomsten gaat het?

De wet geeft ook een nieuwe definitie van de inkomsten die onder het toepassingsgebied van de regeling vallen. Voortaan gaat het om inkomsten:

  • Verkregen uit de overdracht of de verlening van een licentie van auteursrechten
  • Die betrekking hebben op originele werken van letterkunde of kunst of op prestaties van uitvoerende kunstenaars
  • Met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten.

Aan deze voorwaarde moet echter niet zijn voldaan “in het geval van een gebeurtenis veroorzaakt buiten de wil van de overeenkomstsluitende partijen”.

Invoering van nieuwe plafonds

Naast het absolute plafond van 70.220 euro (bedrag voor 2023), waarboven inkomsten uit de overdracht of verlening van een licentie van auteursrechten worden belast als beroepsinkomsten, worden door de wet twee nieuwe voorwaarden ingevoerd opdat inkomsten uit de overdracht of verlening van een licentie van auteursrechten op een voordelige fiscale behandeling kunnen rekenen:

  • Er werd een nieuw relatief maximumplafond ingevoerd op het niveau van de belasting.
  • En er is de regel van de vier voorafgaande belastbare tijdperken.

Relatief plafond

Sinds 1 januari 2023 mag de bezoldiging voor de overdracht van auteursrechten niet hoger zijn dan een bepaald percentage van de totale bezoldiging, waarin de bezoldiging voor de geleverde prestatie is begrepen. Het teveel zal worden behandeld als beroepsinkomsten. 

In de nieuwe regeling is dit percentage vastgelegd op 30%. De wet voorziet echter in een aanpassingsperiode met een afnemend percentage van:

  • 50% in 2023
  • 40% in 2024
  • 30% in 2025

Bovendien is deze relatieve beperking alleen van toepassing als de overdracht of verlening van licentie van de rechten gepaard gaat met het leveren van een prestatie.

Concreet moet je eerst controleren of het relatieve plafond wordt in acht genomen en dan pas, indien nodig, het absolute plafond toepassen.

De regel van de vier voorafgaande belastbare tijdperken

Voordat je de relatieve en absolute grenzen toepast, moet je er nu op toezien dat het gemiddelde van de inkomsten uit auteursrechten (bepaald vóór toepassing van de bovengenoemde plafonds) die in de vier voorgaande belastbare tijdperken werden ontvangen, niet hoger is dan het absolute plafond van 70.220 euro (bedrag 2023).

Anders worden de inkomsten van het lopende jaar niet langer wettelijk verondersteld roerende inkomsten te zijn en worden ze dus in hun geheel als beroepsinkomsten beschouwd en tegen de progressieve tarieven belast.

Invoering van een overgangsregeling

De nieuwe auteursrechtenregeling is op 1 januari 2023 in werking getreden. De wet voorziet echter in een overgangsregeling van een jaar voor wie in 2022 al auteursrechten ontving en niet in aanmerking komt voor de nieuwe regeling.

Voor deze auteurs blijft de oude regeling van toepassing in 2023 (aanslagjaar 2024). Deze voorwaarde moet dus beoordeeld worden bij de verkrijger van de auteursrechten en niet bij de opdrachtgever of werkgever. In het kader van deze overgangsregeling worden het absolute maximumplafond van 70.220 euro (bedrag voor 2023) en de toepasselijke plafonds voor de forfaitaire kosten echter gehalveerd.

Ten slotte vervallen de lopende fiscale rulings die niet voldoen aan de bepalingen van de nieuwe regeling op 1 januari 2023. De voorafgaande beslissingen die voldoen aan de bepalingen van de oude regeling blijven echter geldig tijdens de overgangsregeling voor wie vroeger onder de regeling viel en wanneer de betrokken rechten niet langer in aanmerking komen voor de nieuwe regeling, mits de nieuwe beperkingen en de halvering van de bedragen worden toegepast.

En wat met de RSZ-bijdragen op auteursrechten?

Eind oktober 2022 werd op de ministerraad een ontwerp-KB goedgekeurd om de regels over de RSZ-bijdragen op auteursrechten vast te leggen. Met dat KB wil de regering het toepassingsgebied van de auteursrechten op fiscaal en RSZ vlak gelijkstellen.

Daarom zal de RSZ de vergoeding voor auteursrechten als inkomsten beschouwen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • Het bedrag van de toegekende vergoedingen voor de overdracht of het in licentie geven van auteursrechten en naburige rechten, bedraagt tijdens de vier kwartalen van een kalenderjaar maximaal 30% van de som van:
    • Het totaalbedrag van het loon van de werknemer dat aan RSZ-bijdragen onderworpen is
    • Het totaalbedrag van de toegekende vergoedingen voor de overdracht of het in licentie geven van auteursrechten en naburige rechten.
  • Zowel het loon als de vergoeding voor de overdracht of het in licentie geven van die rechten moeten markconform worden vastgesteld. Als werkgever moet je de bewijsstukken om dit te kunnen beoordelen ter beschikking houden van de RSZ.
  • Het bedrag van de vergoeding voor de overdracht of het in licentie geven van de rechten moet vermeld worden in de RSZ-kwartaalaangifte van het kwartaal waarin de vergoeding wordt toegekend.

Momenteel hebben we nog geen bijkomende informatie over dit ontwerp-KB. Zo is het nog onduidelijk hoe bepaald zal worden wat een marktconform loon en auteursrechten zijn. Zodra we meer informatie hebben, informeren we je hierover.

Wat doet Securex voor jou?

Heb je vragen over het stelsel van auteursrechten, of ben je op zoek naar een andere vorm van optimalisatie, neem dan contact op met onze specialisten via consultinglegal@securex.be.

Bron

Voordelig verlonen
Fiscaal nieuws
Loonbeleid optimaliseren