Principe
Deze verplichting vloeit voort uit cao nr. 19/9 en cao nr. 19/10, gesloten in de Nationale Arbeidsraad (NAR), zoals nadien met name gewijzigd door cao nr. 19/11, die op 1 juni 2024 in werking is getreden. Dit interprofessionele kader vormt evenwel slechts een residuaire verplichting voor de werkgever. Een sectorale cao of een op ondernemingsniveau gesloten cao heeft voorrang op deze cao’s, voor zover zij minstens gelijkwaardige voordelen toekent.
De grote meerderheid van de sectoren hebben hun eigen cao over vervoerskosten gesloten, hetzij voor het gebruik van het openbaar vervoer, hetzij voor het gebruik van privévervoermiddelen. Bijgevolg moet altijd nagegaan worden of er een sectorale cao bestaat en wat deze voorschrijft.
Deze informatie kan voor elke sector worden geraadpleegd op Lex4You in de rubriek Sectoraal/Paritaire comités/Vervoerskosten.
Bijzonderheid: grensoverschrijdende woon-werkverplaatsingen
Wanneer de werknemer gebruikmaakt van een of meer openbare vervoermiddelen op het grondgebied van een andere lidstaat (bijvoorbeeld als grenswerknemer), is de bijdrage van de werkgever in de prijs van dit vervoermiddel of die vervoermiddelen voor het vervoer van de woonplaats tot de Belgische grens gelijkwaardig aan de bijdrage die zou worden berekend voor eenzelfde afstand binnen de Belgische landsgrenzen.
Behoudens andersluidende sectorale bepalingen is de bijdrage begrensd tot 200 km, rekening houdend met het totale aantal kilometers in België en het buitenland tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.
[1] De cao nr. 19/10 en de sectorale overeenkomsten zijn niet van toepassing op bedrijfsleiders.