Menu
Kind
Heb ik recht op kinderbijslag voor kinderen van 18 tot 25 jaar?

Er is een onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin uw kind 18 jaar wordt. Onder bepaalde voorwaarden is er recht op kinderbijslag tot 25 jaar: 

  • De jongere moet onderwijs of een opleiding volgen die voldoen aan de voorwaarden en werkt tijdens het schooljaar niet meer dan 240 uren per kwartaal.
  • De jongere is ingeschreven als werkzoekende en werkt niet of beperkt met een uitkering/brutoloon dat onder het grensbedrag (= € 551,89 bruto) ligt. 
Mijn kind is ouder dan 18 jaar en studeert in België. Wat zijn de voorwaarden om recht te hebben op kinderbijslag?
De specifieke voorwaarden zijn afhankelijk van het soort onderwijs: 
  • Studenten van het niet-hoger onderwijs behouden hun rechten als ze minimaal 17 uur les volgen per week, inclusief avondles. 
  • Studenten van het hoger onderwijs behouden hun rechten als zij minimaal 27 studiepunten opnemen en ingeschreven zijn vóór 1 december. 
  • Studenten die deeltijds onderwijs volgen, behouden hun rechten als ze maximaal € 551,89 bruto per maand verdienen. 
  • Studenten die hun eindwerk voorbereiden, kunnen nog maximaal één jaar na het einde van de cursus kinderbijslag ontvangen om hun verhandeling voor te bereiden en hun diploma te behalen (zij hebben recht tot en met de maand van indiening verhandeling). 
  • De kinderbijslag wordt behouden tijdens de studie als de student regelmatig de lessen volgt. 
 
Opgelet: een combinatie van hoger onderwijs en niet-hoger onderwijs is tevens mogelijk. 
Als het vereiste aantal studiepunten in het hoger onderwijs niet is bereikt, kunnen deze aangevuld worden met lesuren in het niet-hoger onderwijs. Concreet worden dan de studiepunten omgezet naar lesuren en worden ze samengeteld met de lesuren niet-hoger onderwijs om die te toetsen aan de 17-urennorm. 1 studiepunt stemt overeen met 30 minuten les. 
 
Bijvoorbeeld: een student is ingeschreven voor 20 studiepunten in het hoger onderwijs en volgt 7 lesuren in het niet-hoger onderwijs. We zetten de 20 studiepunten in het hoger onderwijs om naar 10 lesuren. Samengeteld met de 7 lesuren niet-hoger onderwijs komt de student zo toch nog aan het minimum van 17 lesuren per week en blijft het recht op kinderbijslag behouden.

Mijn kind verblijft of studeert in een land van de Europese Economische Ruimte. Wat zijn de voorwaarden om recht te hebben op kinderbijslag en/of kraamgeld? 
 

Landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte zijn:
  
Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Tsjechische Republiek, Slovakije, Slovenië, Spanje, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Zweden en Zwitserland.

In die landen waar de Europese sociale verordeningen van toepassing zijn, heb je recht op Belgische kinderbijslag (gewone kinderbijslag en sociale toeslag). 
Wanneer er ook een recht wordt geopend in een ander land van de Europese Economische Ruimte wordt het hoogste bedrag van de kinderbijslag gewaarborgd. 
Onder bepaalde voorwaarden kan het recht op kraamgeld en de adoptiepremie onderzocht worden op basis van de Europese Verordeningen.

In Frankrijk en Luxemburg bepalen de bilaterale overeenkomsten dat het kraamgeld betaald wordt door het land waar het gezin woont. 
 
Mijn kind verblijft of studeert in een land dat geen lid is van de EER maar waarmee België een bilateraal akkoord afsloot. Heb ik recht op kinderbijslag of kraamgeld? 
 
Er zijn bilaterale overeenkomsten afgesloten met Marokko, Tunesië, Algerije, Turkije, Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Servië en Montenegro.

In de bilaterale overeenkomsten met Marokko, Tunesië, Algerije, Turkije en Kosovo is kinderbijslag beperkt tot vier kinderen in het gezin.
 
Bij de bilaterale overeenkomsten is er geen recht op kraamgeld en evenmin op de adoptiepremie. 
 
Mijn kind verblijft of studeert buiten de Europese Economische Ruimte of in een land waarmee België geen akkoord afsloot. Kan ik kinderbijslag krijgen?
 
In dat geval gelden volgende voorwaarden om recht te hebben op kinderbijslag voor je kind:
  • Verblijf in een ander land, maximum twee maanden per jaar, in één of meerdere keren 
  • Verblijf in een ander land tijdens de schoolvakanties, maximum 120 dagen per jaar 
  • Verblijf in een ander land om gezondheidsredenen, maximum 6 maanden per jaar 
  • Buiten België studeren met een studiebeurs van een Belgische of buitenlandse instelling 
  • Na het behalen van een diploma middelbaar onderwijs in België een niet-hogere studie buiten de EER volgen (maximum één jaar), of na het behalen van een einddiploma hoger onderwijs een hogere studie buiten de EER volgen (maximaal één jaar), of zonder in of buiten België een diploma hoger onderwijs verworven te hebben hoger onderwijs volgen in een land buiten de EER.  
Mijn kind is ouder dan 18 en studeert. Welke formulieren heeft het kinderbijslagfonds nodig?
U heeft onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag tot eind augustus van het jaar waarin uw kind 18 jaar wordt. Na 31 augustus van het jaar waarin een kind 18 jaar wordt, kan een jongere maar recht hebben op kinderbijslag als hij/zij onderwijs of een opleiding volgt of als werkzoekende ingeschreven is. 
 
De nodige formulieren voor uw kinderbijslagfonds zijn afhankelijk van de onderwijsinstelling waar uw kind studeert: 
 
  • Uw kind studeert in een onderwijsinstelling van de Vlaamse of Duitstalige Gemeenschap: 
U moet voorlopig niets doen. Normaliter ontvangen wij vóór eind november de nodige gegevens rechtstreeks van de Vlaamse of Duitstalige Gemeenschap. Indien we eind november nog niets zouden ontvangen hebben, sturen wij u alsnog de nodige vragenlijst. 
 
Opgelet: Indien uw kind onderwijs volgt voor sociale promotie, avondonderwijs, volwassenenonderwijs, privéonderwijs of erkende vorming (ook hoger beroepsonderwijs) in een onderwijsinstelling van de Vlaamse Gemeenschap, heeft u wel een formulier nodig. Deze gegevens worden namelijk niet automatisch bezorgd aan de kinderbijslagfondsen. U kunt hiervoor het formulier P7B downloaden of contact opnemen met uw dossierbeheerder om u een exemplaar te bezorgen. 
 
Laat het formulier door de school invullen en stuur het vervolgens terug naar uw kinderbijslagfonds. 
 
  • Indien uw kind studeert in een onderwijsinstelling van de Franse Gemeenschap, dient u ook het formulier P7B te laten invullen door de school en aan uw kinderbijslagfonds te bezorgen. 
 
  • Uw kind studeert niet in België maar volgt wel onderwijs binnen de EER
  • Download hieronder het E402-formulier in de door u gewenste taal en laat dit invullen door de onderwijsinrichting in het buitenland. Stuur vervolgens het ingevulde document terug naar uw kinderbijslagfonds. 
 
  • Uw kind studeert niet in België en volgt onderwijs in een ander land dan de EER
  • Download het formulier P7int dat u laat invullen door de onderwijsinstelling in het buitenland. Bezorg het ingevulde document vervolgens aan uw kinderbijslagfonds.
 
  • Voor studies in één van de volgende landen, download hier het formulier BM25 (voor Marokko), BT25 (voor Turkije), BTUNIS24 (voor Tunesië) en stuur het ingevulde document terug naar uw kinderbijslagfonds.  
 
  • Europees project, bv. Erasmus? Wij ontvangen de nodige informatie van de overheid. 
  • Niet-Europees project? U ontvangt een attest van de Belgische onderwijsinrichting of download hier het formulier P7B dat u laat invullen door de Belgische hogeschool of universiteit en aan uw kinderbijslagfonds bezorgt. 
Heeft mijn kind recht op kinderbijslag als hij/zij examens aflegt bij de Examencommissie?
Enkel deelnemen aan de examens van de Examencommissie is niet voldoende om het recht op kinderbijslag te behouden. Uw zoon of dochter moet: 
  • minstens 17u per week les volgen in het secundair onderwijs of het secundair volwassenenonderwijs, of 13u per week in het hoger beroepsonderwijs (hoger onderwijs) 
  • of ingeschreven zijn voor minstens 27 studiepunten in het hoger onderwijs. 
Mijn kind is ouder dan 18 jaar, studeert en werkt. Wat zijn de voorwaarden om recht te hebben op kinderbijslag?
Als uw kind ouder is dan 18, verder studeert in het voltijds onderwijs en werkt, gelden de volgende limieten: 
  • In het eerste, tweede en vierde kwartaal mag de student max. 240 uur werken. 
  • In het derde kwartaal mag de student onbeperkt werken tenzij uw kind na dit kwartaal niet meer verder studeert. In dat geval geldt ook hier de 240-uurgrens.  
  • Indien uw kind meer dan 240 uur gewerkt heeft, vervalt het recht op kindergeld voor het volledige kwartaal. 
  • deeltijds onderwijs of werken met een leercontract: het bruto-inkomen en de sociale uitkering mogen samen niet meer dan € 551,89  per maand bedragen. 
 
Is uw kind tevens ingeschreven als werkzoekende, kan er wel nog recht zijn op kinderbijslag als het maandelijkse inkomen de toegestane limiet (€ 551,89) niet overschrijdt. Wij passen in dat geval de meest gunstige norm toe. 
 
Opgelet: 
Studenten krijgen van de overheid elk kalenderjaar een pakket van 475 uren waarin zij aan verminderde sociale bijdragen dan een gewone werknemer kunnen werken. Deze norm geldt niet voor de kinderbijslag. 
Mijn kind is ouder dan 18 jaar en stopt met studeren. Heb ik nog recht op kinderbijslag?

Na een uitschrijving voor een opleiding behoudt u het recht op kinderbijslag tot en met de maand waarin uw kind zich uitschreef. Hervat uw kind de studies niet na een zomervakantie, dan behoudt u het recht op kinderbijslag tot het einde van de zomervakantie (= afhankelijk van het gevolgde onderwijs), op voorwaarde dat uw zoon of dochter niet meer dan 240 uren was tewerkgesteld in het derde kwartaal. 
 
Uw zoon of dochter schrijft zich het best zo snel mogelijk in als werkzoekende bij de VDAB van zijn/haar woonplaats. Als ze werkzoekende zijn, heeft u nog 360 kalenderdagen recht op kinderbijslag. Zolang ze tijdens die periode niet meer verdienen dan € 551,89 bruto per maand, behoudt u het recht op de kinderbijslag. 

Mijn kind schreef zich in als werkzoekende. Heb ik nog recht op kinderbijslag?

Jongeren die hun studie hebben beëindigd en zich vervolgens laten inschrijven als werkzoekende, kunnen nog een aantal maanden kinderbijslag ontvangen. 
 
De toekenningsperiode bedraagt nu 360 kalenderdagen (= 12 maanden) en start op 1 augustus na het laatste school- of academiejaar of na het einde van alle studieactiviteiten (bv. tweede examenperiode, indienen eindverhandeling of afronden stageperiode). 
 
Voor jongeren die zich laten inschrijven in de loop van het schooljaar begint de toekenningsperiode de dag na de stopzetting van hun studie of alternerende overeenkomst. 
 
Bij inschrijving na een leertijd begint deze periode de dag nadat het leercontract werd beëindigd. De beroepsinschakelingstijd kan ook verlengd worden. U ontvangt hiervoor documenten van ons aan het einde van de initiële beroepsinschakelingstijd. Voor informatie over het recht op inschakelingsuitkeringen, kunt u terecht bij de  Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). 

Welke formulieren moet ik terugsturen op het einde van de beroepsinschakelingstijd?

U ontvangt aan het einde van de beroepsinschakelingstijd van uw zoon of dochter twee formulieren: een formulier P20 en een formulier Bit_1. 
 
Welke evaluaties ontving uw kind van de RVA of de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB, Forem, ADG)? Lees hieronder welke formulieren u moet terugsturen.

Mijn kind kreeg twee positieve evaluaties: 
Stuur binnen de 20 dagen het formulier P20 ingevuld naar uw kinderbijslagfonds. Uw dossier kan onmiddellijk afgesloten worden. 
 
Mijn kind kreeg twee negatieve evaluaties/een negatieve en een positieve evaluatie/nog maar één evaluatie (positief of negatief): 
Stuur binnen de 20 dagen samen naar uw kinderbijslagfonds: het ingevulde formulier P20 + het ingevulde formulier Bit_1 + kopie van de evaluatie(s) bij de RVA of de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling . De verlening van de beroepsinschakeltijd zal nagegaan worden. 
 

  • Hoe weet ik of mijn kind een positieve of negatieve evaluatie heeft? 

Uw kind ontving een brief van de RVA of van de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling met de evaluatie. Heeft u deze informatie niet meer? Neem contact op met  de RVA of de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling. 
 
Opgelet: Uw kind moet verder deelnemen aan de opvolgingsprocedure ingesteld door de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Forem, ADG) of de RVA. De jongere moet op eigen initiatief het kinderbijslagfonds een kopie bezorgen van elke volgende evaluatie. Dit is belangrijk om het recht op kinderbijslag niet te verliezen en om te vermijden dat het kinderbijslagfonds de betaalde kinderbijslag moet terugvragen. 
 

  • Ik ontvang al enige tijd geen kinderbijslag meer voor mijn kind. Moet ik nu nog iets opsturen? 
Ja. Stuur het formulier P20 in alle omstandigheden, volledig ingevuld met bruto inkomsten, binnen de 20 dagen naar uw kinderbijslagfonds. Stuurt u het formulier P20 niet terug? Dan moet u mogelijk kinderbijslag terugbetalen. 
Hoe vul ik het formulier P20 correct in?
  • Welke inkomsten moet ik vermelden op het formulier P20? 
Alle inkomsten. Dus ook (bruto-)inkomsten uit vakantiewerk, uit het buitenland of uit een zelfstandige activiteit en eventuele sociale uitkeringen. 
 
  • Ben ik verplicht loonfiches te voegen bij het formulier P20? 
Nee, loonfiches zijn niet verplicht. Het volstaat dat u het bruto-maandinkomen overschrijft op het formulier P20.  Bij onduidelijkheden zullen wij verzoeken om de inkomsten te bewijzen. 
 
  • Mijn kind werkte voor meerdere werkgevers. Hoe moet ik de lonen invullen? 
Maak voor elke maand de som van de brutolonen. Vul voor elke maand maar één brutobedrag in. 

 

Tot wanneer ontvang ik nog kinderbijslag voor mijn werkzoekend kind?
Er zijn drie mogelijkheden: 
  1. Uw kind was op tijd ingeschreven bij de VDAB, uw kind kreeg twee positieve evaluaties van de RVA of van de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling én uw kind werkt nog niet. Dan ontvangt u kinderbijslag totdat uw kind als werkzoekende inschakelingsuitkeringen ontvangt (de vroegere wachtuitkeringen). 
  2. Uw kind is te laat ingeschreven bij de VDAB. Dan stopt de kinderbijslag nog voordat uw kind inschakelingsuitkeringen ontvangt als werkzoekende. 
  3. Uw kind ontvangt nog geen inschakelingsuitkeringen omdat uw kind één of meerdere negatieve evaluaties kreeg bij de RVA of de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling. Dan ontvangt u verder kinderbijslag nadat u drie documenten samen naar ons opstuurt: het ingevulde document P20 + het ingevulde document Bit_1 + kopies van de beslissingen van de RVA of de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling.
Mijn kind is ziek tijdens de beroepsinschakelingstijd. Wat moet ik doen?
Mocht uw kind ziek worden voor of tijdens de beroepsinschakelingstijd, neem dan contact op met uw dossierbeheerder. Deze zal met u de stappen overlopen die u moet ondernemen.
Krijgt mijn kind met een aandoening meer kinderbijslag?
Kinderen met een aandoening krijgen tot 21 jaar een bijkomende kinderbijslag (naast de eventuele leeftijdstoeslag en/of sociale toeslag). De toeslag wordt maandelijks met de gewone kinderbijslag betaald. 
Hoeveel bedraagt de bijkomende kinderbijslag op basis van een aandoening?
De toeslag hangt af van het aantal punten toegekend na een evaluatie door de arts van de FOD Sociale Zekerheid. 

De 3 evaluatiepijlers zijn: 
  1. lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap/aandoening 
  2. gevolgen op het dagelijks leven op het vlak van mobiliteit en leervermogen 
  3. gevolgen voor het gezin (vereiste medische behandeling, noodzakelijke verplaatsingen) 
 
De arts van de FOD Sociale Zekerheid kent aan iedere pijler punten toe. Het kind heeft recht op een toeslag als het minstens 4 punten behaalt in pijler 1 of minstens 6 punten in de drie pijlers samen. Als de medische toestand van uw kind verandert, kunt u altijd een nieuwe evaluatie aanvragen via uw kinderbijslagfonds. 
Wat zijn de voorwaarden om een verhoogde kinderbijslag te ontvangen voor een kind met een aandoening?
  • Uw kind moet jonger zijn dan 21 jaar. 
  • Uw kind moet recht hebben op kinderbijslag. 
  • Uw kind heeft minstens 4 punten voor pijler 1 of minstens 6 punten voor de 3 pijlers samen. 
Hoe vraag ik een verhoogde kinderbijslag aan?
De aanvraag verloopt via het kinderbijslagfonds. Een schriftelijke aanvraag (via brief of e-mail) volstaat   om de aanvraag in orde te brengen bij FOD dienst personen met een handicap.. De verdere procedure verloopt via de FOD.  
 
Zij nemen contact op met de ouders teneinde de nodige gegevens te verkrijgen. In afwachting hiervan is het raadzaam de reeds beschikbare gegevens te bundelen (verslagen van behandelende artsen, verslagen van school/CLB,…) zodat u deze kunt meesturen na het invullen van de online vragenlijst. Als de arts van de FOD over voldoende gegevens beschikt om het dossier van uw kind te beoordelen, is het niet altijd nodig om een bijkomend onderzoek door een van hun artsen te doorlopen. 
 
De FOD licht het kinderbijslagfonds nadien in over hun beslissing.  
Op basis daarvan passen wij het dossier kinderbijslag aan. 
Wat gebeurt er met de verhoogde kinderbijslag als mijn kind werkt?
Tot uw zoon of dochter 18 is, heeft u altijd recht op verhoogde kinderbijslag. Van 18 tot 21 jaar krijgt u nog verhoogde kinderbijslag als uw kind: 
  • in een beschutte werkplaats werkt, al dan niet met een leercontract. 
  • met een erkend leercontract werkt als zijn/haar inkomen niet hoger ligt dan € 551,89 bruto per maand. 
  • als jobstudent werkt: maximaal 475 uren per kalenderjaar; 
  • studeert en werkt met een gewoon arbeidscontract of als zelfstandige, maar hoogstens 240 uur per kwartaal. Als uw kind na de zomervakantie verder studeert, mag het zelfs onbeperkt werken in het 3e kwartaal (juli tot september). 
  • met een IBO-contract werkt (individuele beroepsopleiding). 
  • een sociale uitkering of een inschakelingsuitkering ontvangt (werkloosheidsuitkering voor iemand die nog niet gewerkt heeft).