Menu
Gezin
Wie ontvangt de kinderbijslag bij exclusief ouderlijk gezag ?
Als één van beide ouders alleen het ouderlijke gezag heeft (exclusief ouderlijk gezag), wordt de kinderbijslag door het kinderbijslagfonds van die ouder betaald aan de ouder bij wie het kind woont. 
Welke formaliteiten zijn nodig voor de kinderbijslag na een scheiding ?
Als de echtscheiding uitgesproken is, krijgt het kinderbijslagfonds automatisch bericht via de gemeente. Het fonds zal dan het vonnis en de notariële akte over het ouderlijk gezag opvragen. Dat is nodig om de kinderbijslag verder te kunnen betalen. 
Ontvang ik als alleenstaande ouder extra kinderbijslag ?
Indien u uw kinderen alleen opvoedt (u mag niet samenwonen of een feitelijk gezin vormen) en uw inkomen onder het grensbedrag (€  2501,28 bruto) ligt, kunt u verhoogde kinderbijslag ontvangen. 
  
In de Vlaamse Gemeenschap ontvangt u: 
  • € 47,81 voor een eerste kind 
  • € 29,64 voor een tweede kind 
  • € 23,90 voor het derde kind en de volgende kinderen 
In de andere Gemeenschappen of Gewesten ontvangt u: 
  • € 47,81 voor een eerste kind 
  • € 29,64 voor een tweede kind 
  • €23,90 voor het derde kind en de volgende kinderen. 
Het kinderbijslagfonds wordt automatisch op de hoogte gebracht van een scheiding via de kruispuntbank. Het fonds zal dan onderzoeken of u recht heeft op een verhoogde kinderbijslag op basis van uw bruto inkomsten. 
Wat gebeurt er met de kinderbijslag als het kind in een instelling geplaatst wordt?
De kinderbijslag van kinderen tot 18 jaar die in een instelling zijn geplaatst, wordt verdeeld tussen de verschillende betrokken partijen. Het kinderbijslagfonds wordt op de hoogte gebracht van de plaatsing door Pleegzorg of Agentschap Jongerenwelzijn (AJW). 
 
Er zijn 2 mogelijkheden: 
Het kind is alleen in het gezin: de kinderbijslag (basisbedrag, leeftijdstoeslag en eventueel andere toeslag) wordt opgesplitst: 
  • 2/3e van de kinderbijslag wordt rechtstreeks uitbetaald aan de instelling of jongerenwelzijn, om de kosten te dekken voor het levensonderhoud van het kind. 
  • 1/3e wordt betaald aan de persoon die het kind opvoedde voor het geplaatst werd (op voorwaarde dat deze persoon blijft zorg dragen voor het kind). De rechtbank kan ook beslissen om het overblijvende deel op een geblokkeerde spaarrekening te storten tot het kind meerderjarig is. 
  
Het kind is niet alleen in het gezin: de kinderbijslag wordt als volgt berekend: 
De kinderbijslagen (basis en sociale toeslag) van alle kinderen in het gezin worden samengeteld en de som ervan wordt gedeeld door het aantal kinderen. De leeftijdstoeslag en eventuele toeslag voor een kind met een aandoening wordt erbij geteld. Het resultaat wordt verdeeld: 
  • 2/3e voor de instelling. 
  • 1/3e voor de persoon die het kind opvoedde vóór de plaatsing (zolang deze zich om het kind blijft bekommeren) of op de geblokkeerde spaarrekening van het kind (bij beslissing van de jeugdrechter of de overheid). 
Wie moet er de kinderbijslag aanvragen voor een kind dat in een instelling geplaatst is ?
Normaal gezien vraagt de vader de kinderbijslag aan. Volgende situaties zijn ook mogelijk: 
  • Indien de vader geen recht kan openen, vraagt de moeder de kinderbijslag aan. 
  • Indien de moeder geen kinderbijslag kan aanvragen, vraagt haar partner dit aan. 
  • Een oom, tante of grootouder van het kind (of partner) kan de aanvraag doen als het geplaatste kind deel uitmaakte van hun gezin. 
  • Een broer of zus van het kind kan ook de kinderbijslag aanvragen. 
Wat gebeurt er met de kinderbijslag als een kind in een pleeggezin geplaatst wordt ?
Het kinderbijslagfonds wordt op de hoogte gebracht van de plaatsing door Pleegzorg of Agentschap Jongerenwelzijn (AJW). Als een kind in een gezin geplaatst is, wordt de kinderbijslag betaald aan de pleegmoeder. De persoon die de kinderbijslag kreeg onmiddellijk vóór de plaatsing in een gezin, krijgt ook een vast bedrag van € 63,03 (in de Vlaamse Gemeenschap) en €63,03 (in de andere Gewesten of Gemeenschappen), op voorwaarde dat er nauw contact blijft met het kind. 
 
Het kind in het pleeggezin telt voor de kinderbijslag mee alsof het een eigen kind is. Als de pleegouder alleenstaande is en beperkte inkomsten heeft, dan kan ook een toeslag uitgekeerd worden voor kinderen opgevoed in een éénoudergezin. 
 
De pleegvader vraagt de kinderbijslag aan als hij werknemer of zelfstandige is. Indien pleegvader en -moeder beiden een recht kunnen openen, dan doet de oudste de aanvraag. 
Wat gebeurt er met de kinderbijslag als mijn zoon of dochter alleen gaat wonen ?
Mijn kind gaat zelfstandig wonen 
Als uw kind zelfstandig gaat wonen, ontvangt hij/zij zelf de kinderbijslag in de volgende gevallen: 
  • Uw kind is minimaal 16 jaar of ontvoogd en heeft een eigen officieel adres 
  • Uw kind is minimaal 16 jaar en kan met een officieel document bewijzen dat zij/hij zelfstandig woont (door een attest van de politie, aangifte van adresverandering bij de gemeente) 
  • Uw kind is getrouwd 
  • Uw kind krijgt zelf kinderbijslag voor een kind 
  
Mijn kind gaat begeleid zelfstandig wonen 
Hij of zij krijgt vanaf 18 jaar zelf kinderbijslag. Tot 18 jaar wordt de kinderbijslag betaald zoals voor geplaatste kinderen. 
Kan mijn kind zelf zijn of haar kinderbijslag ontvangen ?
Uw zoon of dochter kan in volgende gevallen zelf zijn of haar kinderbijslag ontvangen: 
  • Wanneer hij/zij gehuwd is 
  • Wanneer hij/zij zelf bijslagtrekkende is voor één of meerdere kinderen 
  • Wanneer hij/zij ontvoogd is 
  • Wanneer hij/zij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en niet meer bij de moeder of de persoon die instaat voor de opvoeding woont 
 
Uw kind kan vragen om de kinderbijslag verder aan u te betalen. Dit kan voordelig zijn als er nog andere kinderen in uw gezin verblijven die nog recht hebben op kinderbijslag. 
Krijg ik kinderbijslag als mijn zoon of dochter in het buitenland verblijft ?
Om recht te hebben op kinderbijslag, moet uw zoon of dochter in principe in België verblijven. In een aantal gevallen zijn er uitzonderingen van toepassing. 
 
U ontvangt wel kinderbijslag in de volgende gevallen: 
  • verblijf in een ander land gedurende maximaal 2 maanden per jaar, in één of meerdere keren 
  • verblijf in een ander land alleen in de schoolvakanties, maximaal 120 dagen per jaar, in één of meerdere keren 
  • verblijf in een ander land om gezondheidsredenen, maximaal 6 maanden 
  • studeren in een land waar de Europese sociale verordeningen van toepassing zijn: Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, IJsland, Zweden en Zwitserland 
  • studeren buiten België met een studiebeurs van een Belgische of buitenlandse instelling 
  • studeren in een land waarmee België een bilaterale overeenkomst gesloten heeft: Algerije, Marokko, Tunesië, Turkije, Kroatië, Servië en Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Macedonië 
  • Detachering: wanneer u zelf buiten België werkt als gedetacheerde en uw gezin bij u verblijft, blijft u in orde met de Belgische sociale zekerheid en ontvangt u gewoon kinderbijslag voor uw kinderen die met u in het buitenland verblijven. In dit geval heeft u een detacheringsbewijs nodig van uw werkgever en zult u jaarlijks van uw kinderbijslagfonds invuldocumenten ontvangen om wijzigingen in uw beroeps- of gezinssituatie na te gaan. Neem contact op met uw dossierbeheerder wanneer u een verhuis naar het buitenland voorziet zodat deze de nodige stappen met u kan overlopen. 
 
Uitzonderingen voor andere gevallen: 
De Minister van Sociale Zaken kan eventueel een afwijking van de regel toestaan en de voorwaarden, het bedrag en de toekenningsperiode van de kinderbijslag bepalen. 
Wat gebeurt er met de kinderbijslag als één van de ouders overlijdt ?
Als één van de ouders overlijdt, wordt het kind een weeskind. Er is dan recht op wezenbijslag onder bepaalde voorwaarden. Bij het overlijden zal het dossier automatisch aangepast worden en zal het recht op wezenbijslag onderzocht worden. U hoeft hiervoor zelf niets te doen. 
 
Bij vragen kunt u altijd contact met uw kinderbijslagfonds nemen. 
 
Indien het recht op wezenbijslag kan vastgesteld worden, zal dat worden toegekend vanaf de maand die volgt op het overlijden. De gewone kinderbijslag wordt dan vervangen door de wezenbijslag. Dit bedrag kan nog worden verhoogd met de leeftijdsbijslag en de bijslag voor een kind met een aandoening. 
 
  • Voorwaarden voor wezenbijslag 
 Het weeskind is een wettelijk, erkend of geadopteerd kind van de overleden persoon. 
In de 12 maanden vóór het overlijden moet de overleden of de overlevende ouder de voorwaarden vervuld hebben voor 6 maanden recht op kinderbijslag in de werknemersregeling. 
Als de overlevende ouder samenwoont of hertrouwt, is er geen recht op de verhoogde wezenbijslag. Het weeskind krijgt dan de gewone kinderbijslag. Gaat de overlevende ouder later alleen wonen of scheidt hij/zij, dan is er opnieuw recht op verhoogde wezenbijslag vanaf maand volgend op de gebeurtenis. 
Een weeskind ontvangt altijd de verhoogde wezenbijslag als beide ouders overleden zijn of als de overlevende ouder geen contact meer heeft met het weeskind en ook niet bijdraagt tot het levensonderhoud van het kind. 
Door volle adoptie verliest een weeskind het recht op de verhoogde wezenbijslag, behalve als de adoptieouder de partner was van de overleden ouder.