Menu
Blog Werkgevers

Groene bedrijfswagens: ook fiscaal de beste keuze?

Werkgevers | 07 januari 2020 | Geschreven door Frederik Dhont

Werkgevers die in 2020 kiezen voor een groen bedrijfswagenpark, maken fiscaal de slimste keuze. De hoogste belastingaftrek krijgt u immers met elektrische wagens, gevolgd door wagens met een lage CO2-uitstoot. Sinds 1 januari 2020 gelden er gloednieuwe rekenmethodes en – vergis u niet – die hebben heel wat impact op het totale kostenplaatje van bedrijfswagens. Zeker wanneer u de kosten van tanken of opladen meeneemt in de totale kostprijs.

 

Groene bedrijfswagens: ook fiscaal de beste keuze?
“Staar u niet blind op de catalogusprijs van een Tesla die 20.000 euro duurder is dan een Mercedes C-klasse op diesel. Een elektrische wagen kan die kloof na 4 à 5 jaar deels dichtrijden, dankzij de hogere fiscale aftrek en de lagere oplaadkosten.” zegt Kim Leemans, Legal Advisor bij Securex.
 

Loont het om een duurdere ecologische wagen aan te schaffen?

Ja, een duurdere ecologische wagen kan lonen, tenminste als u verder kijkt dan de aankoop- of leaseprijs. De aankoopprijs is slechts één factor in de zogenaamde Total Cost of Ownership (TCO), die meestal over 4 à 5 jaar berekend wordt. Vele tankbeurten, in combinatie met de steeds beperktere fiscale aftrekbaarheid, kunnen op het einde van de rit de TCO sterk de hoogte in sturen.

Aan welke criteria voldoet mijn vloot best, fiscaal gezien?“Eigenlijk is het simpel,” zegt Kim Leemans. “Hoe minder CO2 de wagen uitstoot, hoe meer autokosten u mag aftrekken van uw belastbare winst. Het gaat dan natuurlijk over de lease- en afschrijfkosten, maar ook over de onderhouds-, herstellings-, tank- en oplaadkosten.

Sinds 1 januari 2020 is er een nieuwe methode om het percentage van aftrekbaarheid te berekenen, waarbij er niet langer een verschil is tussen werkgevers met en zonder vennootschap. Voor brandstofwagens geldt er een nieuwe formule* waarin de hoofdrol wordt gespeeld door de CO2-uitstoot, met een bijrol voor het brandstoftype (diesel, benzine, LPG). Brandstofwagens met meer dan 200 gram CO2-uitstoot vallen buiten die formule: voor hen geldt een vast aftrekpercentage van slechts 40%.

De aftrekbaarheid van elektrische wagens is eenvoudiger uit te leggen: hun kosten zijn gewoon 100% aftrekbaar. Vorig jaar was dat nog 120%.

Aftrekpercentage = 120% - (0,5% x aantal gram CO2 x coëfficiënt brandstoftype).

Een fictief voorbeeld
  Mercedes C-klasse (diesel) Tesla Model 3 (elektrisch)
CO2-uitstoot 118 g/km 0 g/km
Catalogusprijs € 35.000 € 55.000
Leaseprijs/maand € 602,62 € 771
Aftrekbaarheid 61%
(in 2019 was dit nog 75%)
100%
(in 2019 was dit nog 120%)
Nettokost op 5 jaar € 30.643,23 € 34.695
Verbruikskost na 125.000 km € 9.500 € 4.000
Totale kost op 5 jaar € 40.143,23 € 38.695

In dit voorbeeld is de leaseprijs van een Tesla Model 3 aanzienlijk duurder. Zelfs na verrekening van de belastingaftrek komt de Mercedes C-klasse ruim € 4.000 goedkoper uit. Maar de Tesla maakt dit vervolgens meer dan goed dankzij de € 5.500 lagere verbruikskosten, en steekt de Mercedes zo met € 1.448,23 voorbij.
 

Wat is interessanter: kopen of leasen?

Een eerste voordeel van leasen is dat u geen volledig aankoopbedrag op tafel moet leggen bij ingebruikname van de wagen. Zeker voor bedrijven met een beperktere cashflow is dat interessant.

En wie kiest voor een leasingformule, hoeft bij het berekenen van de TCO niet wakker te liggen van de tweedehandswaarde na afschrijving. Het risico van de restwaarde ligt immers bij de leasingmaatschappij. Leaset u een elektrisch wagenpark, dan mag u daarbij nog de goedkopere verbruikskosten en het fiscaal gunstregime van elektrische wagens tellen.
Leasingplannen en elektromotoren zijn dus ideale ingrediënten voor een goedkoop wagenpark. Als er binnenkort massaal veel elektrische bedrijfswagens zouden rondrijden, zullen dat wellicht geleasede exemplaren zijn.
 

Zien we dan in 2020 de definitieve doorbraak van e-bedrijfswagens?

Ondanks de financiële argumenten is rondkarren in een Tesla van de zaak nog altijd iets voor de happy few. Kim Leemans verwacht dat we ook dit jaar nog geen definitieve doorbraak van elektrische bedrijfsvoertuigen zullen zien.

Vooreerst zijn er de praktische obstakels. Werkgevers moeten bereid zijn om het leasebudget van hun werknemers te verhogen wanneer zij kiezen voor elektrisch. Ook moet de werkgever investeren in een laadpaal, zowel thuis als op het werk. Nadien recupereert de werkgever dat geld in de vorm van lagere belastingen en verbruikskosten.

Maar ook onze cultuur vormt vermoedelijk een obstakel. 6 op 10 Belgen ziet de salariswagen als een essentieel deel van hun loonpakket en bovendien is zo’n wagen een statussymbool. Veel bedrijfsleiders en vertegenwoordigers zullen wellicht een klassieke Audi of BMW blijven verkiezen boven een gelijkaardig geprijsde Volkswagen e-Golf, puur omwille van het imago. “In Nederland bijvoorbeeld speelt dat minder. Daar rijdt de zaakvoerder gewoon rond in een Peugeot 208.”
 

Hoeveel houvast biedt een TCO-berekening?

De TCO blijft een schatting. Er bestaat geen uniforme TCO-formule en er kunnen ook onverwachte tegenvallers opduiken. Wie bijvoorbeeld in 2018 de TCO van een elektrisch voertuig berekende met de 120% aftrekbaarheid in het achterhoofd, ziet die berekening vandaag in het water vallen door de bijsturing naar 100%. Ook de strengere lage emissiezones en de recente Europese Green Deal zijn een voorteken dat de volgende regering niet zal blijven stilzitten. Anderzijds zien werkgevers met een hybride wagenpark de TCO-raming soms ook uit de bocht vliegen doordat de werknemer thuis geen oplaadpaal heeft, of die te weinig gebruikt. De duurdere elektromotor van de hybridewagen wordt in dat geval nauwelijks gebruikt, waardoor de brandstofkosten veel hoger uitvallen dan geraamd. De werkgever volgt dus best de ratio op tussen laadbeurten en gereden kilometers, met behulp van de leasingmaatschappij. Als stok achter de deur is ook een goede car policy nodig, een afsprakendocument waaronder de werknemer zijn handtekening zet.
 

Alternatieven

Werkgevers liggen wakker van mobiliteit én zijn steeds meer bereid om te investeren in alternatieven. Door een speedbike of e-bakfiets gunstig aan te bieden via een cafetariaplan, hoeft de werknemer zelf geen duizenden euro’s te investeren. Daarnaast zorgen ook flexibele werkuren, satellietkantoren en thuiswerk ervoor dat meer werknemers durven experimenteren met alternatieve vervoersmiddelen.
0 Reactie(s) Verberg/toon commentaren
Geen reactie.