FAQ: dienst preventie en bescherming op het werk

  • Wie moet een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk hebben?

    Iedere werkgever moet beschikken over een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, en minstens één preventieadviseur aanstellen in die dienst. In bedrijven met minder dan twintig werknemers, kan de werkgever zelf de functie van preventieadviseur op zich nemen.
     
  • Wanneer moet een bedrijf aansluiten bij een externe dienst?

    De werkgever moet een beroep doen op een erkende externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, als de interne dienst niet in staat is om zelf alle opdrachten die de wet oplegt, uit te voeren.

    De wetgever bepaalt trouwens duidelijk dat werkgevers altijd op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk moeten beroep doen, als hun interne dienst niet beschikt over een afdeling die instaat voor het medische toezicht.

    Ook bij werkgevers van groep C (als de interne dienst niet beschikt over een preventieadviseur van eerste of tweede niveau) en bij werkgevers van groep D, moet een externe dienst instaan voor de analyse van arbeidsongevallen die een werkonbekwaamheid van vier dagen of meer meebrengen.
     
  • Wanneer moet de werkgever een beroep doen op een preventieadviseur voor psychosociale aspecten, die tot een externe dienst behoort?
     
    • Stelt een werkgever minder dan vijftig werknemers tewerk? Dan moet hij altijd een beroep doen op een preventieadviseur voor psychosociale aspecten die tot een externe dienst behoort.
    • Stelt een werkgever meer dan vijftig werknemers tewerk? Dan mag zijn preventieadviseur voor psychosociale aspecten tot een interne of externe dienst behoren. Als de werkgever beslist om een interne adviseur aan te stellen, moet hij vooraf het akkoord vragen van alle werkgeversafgevaardigden in het comité voor preventie en bescherming op het werk.

    Opmerking:
    Iedere preventieadviseur voor psychosociale aspecten moet aan volgende drie vereisten voldoen:
    • een diploma hebben van een universitaire opleiding waarvan het curriculum een belangrijk pakket psychologie en sociologie bevat;
    • met vrucht een multidisciplinaire basisopleiding en een specialisatiemodule in psychosociale aspecten van tewerkstelling hebben gevolgd;
    • vijf jaar ervaring op het vlak van psychosociale aspecten van tewerkstelling aantonen.

 

Contacteer ons