Ontsloeg u een werknemer ook al heeft hij recht op ontslagbescherming? Weet dan dat hij kan eisen dat u hem opnieuw aanwerft.
Bij re-integratie van een werknemer, moet de werkgever het loonverlies van de werknemer betalen, en de patronale en persoonlijke bijdragen die bij het loon horen, aan de sociale zekerheid storten. U denkt dus het best twee keer na voor u een werknemer ontslaat.
Weigert u onvoorwaardelijk om de ontslagen werknemer opnieuw in dienst te nemen? Dan moet u een beschermingsvergoeding betalen. Die bestaat uit een forfaitaire vergoeding, plus een variabele toelage die kan schommelen tussen twee en acht jaar salaris. Besef dat u deze vergoeding ook moet betalen als de werknemer het arbeidscontract verbreekt wegens een ernstige fout van zijn rechtstreekse chef. Dat gebeurt ook als u de beslissing negeert van de arbeidsrechtbank die geen ernstige fout vastlegt bij de chef van uw werknemer, en beslist dat het arbeidscontract verder moet worden uitgevoerd.
Forfaitaire vergoeding
De forfaitaire vergoeding is gelijk aan het brutoloon van:
twee jaar als de werknemer minder dan tien jaar anciënniteit heeft in de onderneming;
drie jaar als de werknemer tussen tien en twintig jaar anciënniteit heeft in de onderneming;
vier jaar als de werknemer meer dan twintig jaar anciënniteit heeft in de onderneming.
Variabele vergoeding
De variabele vergoeding komt overeen met het loon waarop de werknemer recht zou hebben als hij zijn functie was blijven uitoefenen.
Eist uw werknemer niet dat u hem weer in uw onderneming opneemt? Dan moet u toch de hierboven beschreven vergoedingen betalen.
Zit u met een gewetensvraag? Kunt u echt het risico nemen om een werknemer te ontslaan tijdens de beschermingsperiode? Vraag advies aan onze experts. Ze helpen u bij de stappen die u moet zetten en geven u advies, zodat u onaangename verrassingen vermijdt.