Tarifering

Actualiteit

 

De nieuwe tarifering voor de externe diensten

Waarom deze aanpassingen ?
De invoering van dit eenheidsstatuut arbeiders-bedienden op 1 januari 2014 gaf aanleiding tot verschillende discussies omwille van de te verwachten stijging van de globale kosten voor sectoren met vooral veel arbeiders. De gesloten akkoorden tussen de sociale partners voorzagen dan ook een zekere compensatie voor deze verhoogde kosten, ondermeer door een herziening van de bijdragen, die aan de Externe Diensten moesten betaald worden.

Men kan het invoeren van het eenheidsstatuut beschouwen als  een oorzakelijke factor, maar het was al lang aan de orde dat het systeem van financiering van de Externe Diensten totaal moest herzien worden.

Het huidige systeem voor de forfaitaire bijdragen, dat nu moet betaald worden is voornamelijk afhankelijk van het al of niet onderworpen zijn aan het gezondheidstoezicht en aan de priodiciteit er van. Het tarief per werknemer is nu namelijk afhankelijk van de periodiciteit waarop de werknemer door de arbeidsgeneesheer moet onderzocht worden

  • Jaarlijks
  • 3-jaarlijks
  • 5-jaarlijks
  • geen onderzoek


De wetgever kiest dus vanaf 2016 voor een totaal ander systeem van financiering, niet meer afhankelijk van het al of niet onderworpen zijn aan het medisch onderzoek, maar in functie van de risico’s die in de sector waartoe een bedrijf behoort, aanwezig zijn. Het nieuwe systeem houdt ook rekening met interventies van de andere disciplines binnen de externe diensten (risicoanalyse en voorstellen tot maatregelen). Het zal tevens voor de werkgever ook meer duidelijkheid scheppen. De nieuwe teksten preciseren immers duidelijk wat de werkgever aan dienstverlening mag verwachten in ruil voor zijn bijdrage.

De nieuwe forfaits: 10 tarieven van toepassing op 01/01/2016

Vanaf 1 januari 2016 zal er één bedrag per werknemer moeten betaald worden. Het feit of de werknemer al of niet is onderworpen aan het medisch toezicht zal geen invloed meer hebben op de tarieven.


Twee criteria zijn van belang om de tarieven te bepalen:

  1. De hoofdactiviteit van de onderneming: Dat is de activiteit in de onderneming die wordt uitgevoerd door het grootste deel van de werknemers. En ook de activiteit die is opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het Koninklijk Besluit van 27 november 2015 bevat een lijst van activiteiten per tariefgroep. Ook de NACE-codes, verbonden aan deze activiteiten, werden er – puur informatief – aan toegevoegd.
  2. De grootte van de onderneming: De tekst onderscheidt ondernemingen tot vijf werknemers en ondernemingen met meer dan vijf werknemers. Het aantal werknemers van een organisatie is gelijk aan het aantal tewerkgestelde personen op 30 november van het voorafgaande jaar. Betaalt een onderneming bijvoorbeeld haar bijdrage voor 2016? Dan wordt haar tarief bepaald op basis van het personeelsbestand op 30 november 2015.

Dit geeft de volgende tabel:

Er bestaan twee modellen naast elkaar

Daar stopt het echter niet. In de nieuwe tarificatie zijn er nog twee verschillende modellen op basis van zekere criteria. Het gaat hem over het feit of een onderneming beschouwd wordt als  een groot bedrijf, een middelgroot of een klein bedrijf.

Voor die definitie refereert de wetgever naar de classificatie van bedrijven zoals beschreven in het KB van 27 maart 1998 betreffende de Intern Diensten voor Preventie en Bescheming op het werk.

Meer info

Kleine en middelgrote ondernemingen

Dit zijn de volgende ondernemingen :

  • groep D: minder dan 20 werknemers en de werkgever is zelf interne preventieadviseur.
  • groep C-: minder dan 200 werknemers, voor zover de aanwezige risico’s de onderneming niet doet opschuiven naar groep B of zelfs groep A en waar de interne preventieadviseur geen opleiding heeft genoten van minstens niveau 2.

Deze werkgevers hebben voor hun bijdrage recht op, wat in het nieuwe KB wordt genoemd: « de algemene prestaties », namelijk:

  • De risicoanalyse: meewerken aan de opstart, het uitwerken en het bijwerken van de risicoanalyse van de onderneming, alsook het voorstellen van preventiemaatregelen die op basis van de resultaten van de risicoanalyse moeten worden genomen.
  • De plaatsbezoeken en het onderzoek van de werkposten: in het geheel van de verplichtingen van de externe diensten is namelijk ook een regelmatig bezoek aan de onderneming voorzien.
  • Het uitwerken van een beleidsadvies: dit advies moet uitgewerkt zijn binnen de 5 jaar na aansluiting van de onderneming. Voor ondernemingen die op 1 januari 2016 reeds zullen aangesloten zijn, heeft de externe dienst eveneens een periode van 5 jaar om zo’n advies uit te werken. Het beleidsadvies moet om de 3 jaar herzien worden.
  • Het medisch toezicht: in het forfait zijn de volgende medische onderzoeken begrepen:

- De aanwervingsonderzoeken en de periodieke onderzoeken;
- De spontane consultaties;
- De werkhervattingsonderzoeken;
- De onderzoeken voorafgaand aan de werkhervatting;
- De voortgezette medische onderzoeken;
- De onderzoeken in het kader van de moederschapsbescherming

  • Meewerken aan het onderzoek van ernstige arbeidsongevallen: elk ernstig arbeidsongeval moet onderzocht worden en er moet een omstandig verslag van worden opgemaakt. Dit verslag moet bezorgd worden aan de dienst Toezicht op het Welzijn op het Werk (TWW) binnen de 10 dagen volgend op het ongeval. Het is ook mogelijk dat de preventieadviseur die het ernstig arbeidsongeval onderzoekt bewarende maatregelen moet voorstellen om herhaling te voorkomen. Voor de ondernemingen van groep D en C- is het de preventieadviseur van de Externe Dienst die deze taak moet doen. Binnen het forfait zijn 5 uren voorzien per jaar voor deze prestaties. Indien een werkgever meer dan 5 uur per jaar nodig heeft om onderzoeken te doen voor ernstige arbeidsongevallen, zullen deze uren gefactureerd worden aan de tarieven voor supplementaire prestaties.
  • Voor wat betreft de prestaties van de preventieadviseur psychosociale aspecten in het kader van de individuele vragen tot informele of formele psychosociale interventie met uitzondering van de prestaties in het kader van de formele psychosociale interventie die volgen op de mededeling van de identiteit van de verzoeker aan de werkgever.
  • De plaatsbezoeken en het onderzoek van de werkposten: in het geheel van de verplichtingen van de externe diensten is namelijk ook een regelmatig bezoek aan de onderneming voorzien.
  • Het uitwerken van een beleidsadvies: dit advies moet uitgewerkt zijn binnen de 5 jaar na aansluiting van de onderneming. Voor ondernemingen die op 1 januari 2016 reeds zullen aangesloten zijn, heeft de externe dienst eveneens een periode van 5 jaar om zo’n advies uit te werken. Het beleidsadvies moet om de 3 jaar herzien worden.
  • Een inventaris ter beschikking van de werkgevers stellen van de effectief gepresteerde diensten. Alle andere prestaties, die niet in dit basispakket zijn opgenomen, zullen afzonderlijke gefactureerd worden.

Indien van toepassing:

  • Samenwerking verlenen bij de risicoanalyse voor beeldschermwerk
  • Samenwerking verlenen bij de vorming van werknemers over voedselhygiëne en bij de risicoanalyse voor werknemers, direct in contact met voedingswaren.
  • Deelnemen aan de vergadering van het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk.

Elke andere prestatie die niet vervat is in het geheel aan algemene prestaties zal het voorwerp van een afzonderlijke facturatie uitmaken.

Meer info over de algemene prestaties

Grote ondernemingen

Hier gaat het over de volgende ondernemingen :

  • Groep A: ondernemingen met minstens 1000 werknemers of met hoge risico’s
  • Groep B: ondernemingen met minstens 200 werknemers of met hoge risico’s
  • Groep C+: ondernemingen met minder dan 200 werknemers, voor zover de risico’s de onderneming niet doen opschuiven naar groep B of zelfs groep C, maar waar de interne preventieadviseur (PA) minstens een opleiding niveau 2 heeft genoten.

Voor deze ondernemingen zijn er geen basisprestaties voorzien. Het totale bedrag dat de werkgever betaalt wordt omgezet in “prestatie-eenheden”. Eén prestatie-eenheid kost € 150 en met een prestatie van een uur.

Er is tevens een gewichtsfactor naargelang het statuut van de persoon die de prestatie levert.

100% Per uur voor prestaties van: PA veiligheid, PA psychosociale aspecten, PA ergonomie, PA industriële hygiëne
125% Per uur voor prestaties van: PA arbeidsgeneesheer
75% Per uur voor prestaties van: een verleegkundige, een PA niveau 2

Indien de werkgever keuzes moet maken aan wat hij de preventie-eenheden zal besteden moet hij deze preferentieel gebruiken voor de medische onderzoeken en de interventies van de preventieadviseurs psychosociale aspecten, behalve indien de onderneming intern over deze disciplines beschikt.

Zijn alle preventie-eenheden opgebruikt, en de verplichte prestaties zijn nog niet allemaal uitgevoerd (medische onderzoeken, psychosociale aspecten), dan worden deze gefactureerd aan het tarief voor supplementaire prestaties.

Zijn er  anderzijds, na het leveren van alle obligate prestaties, preventie-eenheden over, dan kunnen die aan andere projecten worden besteed, voor zover deze verband houden met het preventiebeleid.

En blijven er op het einde van het jaar nog preventie-eenheden over?

Deze kunnen dan overgedragen worden naar het volgende jaar voor eventueel specifieke projecten. We verwijzen hier bvb naar een ergonomische analyse van bepaalde werkposten. Men kan de overblijvende middelen dan gebruiken om deze te financieren.

Ze kunnen echter IN GEEN GEVAL teruggestort worden.

Ze kunnen eveneens niet worden gebruikt om een korting te bekomen voor de bijdragen voor het volgende jaar, of eventueel voor een “gratis” jaar. De forfaitaire bijdragen zijn jaarlijks verschuldigd en overgedragen preventie-eenheden van het jaar tevoren worden toegevoegd aan deze voor het lopende jaar.

Indien de werkgever wenst te veranderen van externe dienst en er zijn nog resterende preventie-eenheden, dan is hij die kwijt. Ze kunnen niet effectief worden teruggestort.

Een gedetailleerde uitleg over de preventie-eenheden staat ter beschikking op de internetsite van het FOD WASO.

Globaal overzicht
Globaal kunnen de nieuwe tarieven worden ondergebracht in de volgende overzichtstabel:



We willen er echter op wijzen dat deze nieuwe forfaitaire bijdragen actueel nog een punt van discussie zijn tussen de sociale partners. Het zijn vooral de bedragen die nog zouden kunnen veranderen. Het is dus mogelijk dat er toch nog nieuwe teksten zullen verschijnen.

We zullen echter niet nalaten u daarvan op de hoogte te houden.